Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de baarmoeder aan verschillende ziekten onderhevig zijn , welke nocT) voor, noch na de geboorte ontdekt, veel minder echter genezen worden. Onder de uitwendige werktuigen is vooral de huid aan verscheidene ontaardingen onderworpen ; deze schijnen ons in enkele gevallen het waarschijnlijke gevolg te zijn van eene slechte menging van liet vruchtwater. Bij eenige vruchten vindt men de opperhuid over de lig— chaamsoppervlakle afgestooten, even als bij kinderen, die reeds sporen van verrotting vcrtooncn. Dit verschijnsel heeft men voornamelijk aan de handen en voelen, zoo als Jörg opgeeft , inzonderheid bij die kinderen waargenomen, wier moeders gedurende de zwangerschap aan syphilis hadden geleden. Wiciimakn (1) heeft aan den venerischen druiper van den vader de schuld hiervan gegeven. Ook heeft men kinderen verschillende huiduitslagen mede ter wereld zien brengen, zelfs zonder dat de moeder ziekelijk was aangedaan. Zoo hebben wij zelve , voor zeer korten lijd een dood geboren kind gezien , hetwelk over des. zelfs gelieele ligehaain met eenen op pemphigus gelijkenden blaasvormLgen uitslag behebt was , welke waarneming door Oeiiler , Cakes , Ed. von Sieüold , licscir, Sciiütz en anderen bevestigd wordt. Ook Merrem (2) zag een pasgeboren kiud , dat aan de geslachtsdeelen en voelen met dergelijke blazen bedekt was. Reeds oudere geneesheeren schijnen aangeboren pemphigus te hebben waargenomen, te weten Scih rig (3), Ledrlu's (4), F. 15. Osiander (5), G. W. Stein (6), en in den laatsten tijd , Lonstein (7). Ueske(8), d'Outrepont (9), LowemiHrdt en anderen.— Jaiin (10) vond bij een pasgeboren kind, wiens moeder reeds langen lijd aan eenen gierstvormigen huiduitslag geleden had, schijnbaar impetigo-, in den nek waren namelijk groote bruinroode plekken, die met eene meelachlige stof (de losgaande opperhuid) bedekt en met troepsgewijs staande vochtgevende blaasjes bezet waren. Ed. v. Siedold (11) geeft op, dat in het geslicht voor verloskunde te Berlijn gedurende het jaar 1827 twee kinderen met pctechiae geboren zijn. Dergelijke waarnemingen zijn wij aan

(1) Beilrag zur Kenntniss voin 1'emphrgus. Erfurlh. 1791. S. 15.

(2) Gemeins. Deutsche Zeits. fiir Geburtsk. Bd. 1 , S. 607.

(3) Embryologia historico-medica. Dresdae, 1752, II, p. 200.

(4) Ephemerid. nat. curios, Dec. II, an 2 , obs. 23, p. G3.

(5) Denkwiirdigk. fiir die Heilk. und Geburtsh. Bd. 1 , Güttingen , 1794, S. 383.

(6) Nachgelassene Geburtsh. Wahrnehmungen. Bd. I, Marburg , 1801. 8, S. 320.

(7) Journal complementaire du Dietionn. des seienees médicales. Tom. IV. Paris, 1820. p. 1.

(8) Ahhandlungen aus dem Gebiet. der gerichtl. Mediein. 2. Autl., Bd. I. 1823, S. 33.

(9) Abhandl. und Beitrage geburtshülll. Inhalts. Marburg u. Wiirzburg, 1820. S. 67.

(10) Ilccktr's literarische Annalen , 1829. Nobr.

(11) Journal fiir Geburtsh. FrauCnzimmcr- und Kinderkrankh. Bd. IX, llel't II , S. 27. Vergel. Joh. Ilenr. de hingen, üiss. de qüinquc neonatorum morbus notati dignis. Berol. 1828. 4.

Sluiten