Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloik geel gekleurd voorkwamen, hetgeen ook Billard (1) heeft waargenomen ; ook Andral (2) houdt met Lobstein de Kirrhonose voor eene van de icterus verschillende ziekte, doch zoekt het verschil alleen in dc zitplaats der ziekte (xii).

Doch wij zouden te wijdloopig worden, indien wij alle de waargenomen gevallen van aangeboren klierziekten , breuken , cel weefsel verharding, roos, hoofdbloedgezwel enz. hier afzonderlijk zonden willen opgeven; «ij behouden ons voor, de hiertoe betrekking hebbende waarnemingen daar aan te voeren, waar wij over deze kwalen zullen handelen. Slechts ter loops willen wij nog van eenige zeldzame waarnemingen gewagen. Volgens Leomoine (3) zoude eene aan scheurbuik lijdende moeder een kind met scheurbuikachtige aandoening van het tandvleesch hebben ter wereld gebragt. Cruveiliiier (4) gelooft, dat ook de muguet reeds het foetus kan aandoen. J)e thymusklier vonden Veron (5), Billard (0) en Cruveiliiier (7) ziek. Laatstgenoemde zag tevens het pancreas ontaard. I)e lever hebben Jörg en Orfila (8) dikwijls reeds bij het foetus gebrekkig bewerktuigd, Hbsson en Billard (9) met tuberkels bezet, aangetroffen. Eenen ziekelijken toestand der piswerktuigen zagen Oehler, Jörg, Betschler (10), Billard en Orfila. Vergrooting van de schildklier hebben Franco» (11), Cards (12) en Hufeland (13) bij het foetus waargenomen. Van cataracta congeniia maken Hildanbs (14), Sciiürig (15), Cards (10), Lusardi(17) eu Fleiscüjian Jou. (18) melding (xiii). Aangeboren gezwellen aan den hals zagen

(1) In. op. cit. p. 642.

(2) Grundriss. der patliol. Anatoru. A. D. F. von Becker. I. Th. Leipz. 1829. 8. S. 369.

(xii) Hierbij dient gevoegd te worden , dat Andral deze soort van geelzucht , welke slechts bij jonge vruchten (van 3— ij maanden) werd waargenomen, den zetel uitgezonderd, wel gelijkstelt met icterus neonatorum, maar deze laatste ziekte dan ook geenszins als stellig uit de gal ontslaande beschouwt. Fert.

(3) Aecouchement de Barton, p. 581.

(4) Anatom. pathol. du corps humaini Livr. XV , pl. 3.

(5) Mémoire dans la séance de 1'academ. royale de médécine. 1825. Aoüt 26.

(6) In. op. cit. p. 572. (7) L. c. pl. II, No. XV. 2 obs. 6.

(8) Lecons de médécine légale. Paris. 1828. I. p. 292

(9) L. c. p. 421.

(10) Diss. num a foetu urina secernalur et sccreta excernatur. Berol. 1820. p. 48.

(11) Epliemerid. Curios. natur. Dec. II an 5. obs. 223.

(12) Gynacologie Bd. II, S. 248. (13) In. op. Cit. S. 26.

(14) Observat. chirurg. Cent. V , obs. 3, p. 386. (15) L. c, p. 604.

(16) In. op Cit. p. 240. Vergelijk Veckel's patholog. Anatom. I. Th. S. 15.

(17) Journal universel des seiences tnédicales. Tom.XXV.1822.Janv.p.127.

(18) Bildungsbeminungen. Erlangen. 1833. S. 318.

(xm) Girtanner geeft als aangeboren gebrek eene ondoorschijnendlieid van het hoornvlies op , welke na de geboorte langzamerhand van zelf verdwijnt; dan wordt namelijk meestal aan den buitenhoek van bet oog

Sluiten