Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene veel kleiner dan de andere zijn kan. Van de vruclitkernen is dit Lekend, en dal dit ook bij den inensch voorkomt, bewijzen die gevallen van tweelings-zwangerschap, waarin beide vruchten slechts eenen gemeenschappelijken moederkoek hadden en in een en hetzelfde vaatvlies besloten waren , — en 2) dat in zulke gevallen van tweelings-zwangerschap eene kiem in hare ontwikkeling kan voortgaan, terwijl de tweede kleinere in deze ontwikkeling terug blijven moet, ten einde eerst later tot behoorlijke rijpheid te geraken ; eene opmerking van Haller , welke wij zelve (1) bij eene tweelingszwangerschap hebben bevestigd gezien , waarbij een rijp kind en een schijnbaar 6—7 maanden oud foetus tegelijk gehoren werden , die beide in een ei gevoed en door hetzelfde chorion omgeven waren. — Treffen deze beide omstandigheden zamen, en ontwikkelde een foetus zich reeds gedurende verscheidene maanden, terwijl de kiem van het andere als het ware eerst tot rijpheid geraakt, dan zuigt zich het tweede embryo aan het eerste vast; geschiedt" dit aan de uitwendige ligchaamsoppervlakte dan ontstaat eene dubbele misgeboorte , van welke wij zoo even gesproken hebben, hecht het zich echter aan de buiten de buikholte liggende darmen, of veeleer aan het navelblaasje van het eerste embryo, dan geraakt het met hetzelve in de onderbuiksholte en ontwikkelt zich aldaar zeer langzaam. Zoude iemand deze verklaringswijze voor onwaarschijnlijk houden, omdat het tweede embryo zich zoo langzaam ontwikkelt, dan houde hij in het oo<*, dat hcfzelve van het andere kind slechts karig voedsel krijgt, en slechts middellijk gevoed wordt, en dat wij diezelfde langzame ontwikkeling der \iucht zelfs in het moederlijk ligchaam , te weten bi] de buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarnemen, daar de ontwikkeling van de vrucht naar eene bepaalde typus slechts in de baarmoeder schijnt plaats te hebben. Bij de door ons op eene andere plaats (2) medegedeelde gevallen van intrafoetatio voegen wij hier nog de nieuwere waarnemingen van Köjim (3), Scuönfeld (4) en Velpf.au (5).

Eindelijk kan ook liet beenstelsel de zitplaats zijn van verscheidene gebreken in de ontwikkeling , zoo als reeds ten deele vroeger is opgegeven, toen wij over de acephalac en hemicephalae gehandeld hebben , waarbij wij tevens opmerkzaam maakten, dat zulke misvormde vruchten niet zelden verscheidene wervels geheel en al misten. Bovendien treft men echter nog eene groote menigte andere afwijkingen aan. Zoo vindt de hersenbreuk deszelts ontstaan in gebrekkige verbeening der wandbeenderen; zoo ontbreken niet zelden eenige wervels; zoo heeft men in plaats van het heiligbeen onregelmatige massa's van kraakbeen en spiervleesch gevonden; zoo ontbrak aan den benedenarin en het been niet zelden een pijpbeen; zoo heeft men eene verkeerde plaatsing der pijp-

(1) F. L. Meissner , nonnulla ad doctrinam de secund inis ac de superfoctatione. Lips. 1819. 4.

(2) Forscbungen des 19. Jahrh. enz. Bd. III, S. 81 en376en Bd.VI.S.105.

(5) Medicin. Jahrb. der k. k. östcrreicli Staats. 1839. Bd. XVIII. St. 2.

(4) Cas trés reinarqiiable de foetus in foetu par Martin Schönfelcl. Gand. 1841. 8. '

(3) Gazette médicale de Paris et Bulletin général de ihérapculiqne. 1810. Févr,

Sluiten