Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dragen wordt. Voor de ziektekunde van liet foetus, gedurende de verlossing, zijn dus de volgende punten van gewigt: 1) liet gebrek aan voedsel'en zuurstof, 2) liet geweld, dat het foetus moet verduren en door hetwelk de verlossing bewerkt en volbragt wordt en 3) de duur van de verlossing en de gesteldheid van de holte, door welke het kind gedrongen wordt.

Wat nu de verbinding van het foetus met de baarmoeder en den overgang van voedsel en zuurstof betreft, kan de arbeid gedurende de verlossing daardoor voor het kind nadeelig worden, dat hetzelve te lang de zuurstof ontberen moet, wier aanvoer door de zamentrekkingen van de baarmoeder verminderd wordt en verminderd worden moet. Dit gebrek aan zuurstof heeft des te spoediger plaats, hoe sneller de verrigtingen der werktuigen, in het ei bevat, ophouden, hetzij dit geschiede° door het langzame verwelken of afsterven van dezelve, of door de drukkiug, welke de navelstreng ondergaat, vooral dan, wanneer deze naast het voorliggende gedeelte van het kind in het bekken atdaalt, en bij het voorwaartsschrijden van het kind tusschen dit en de beenderen van het bekken zamengedrukt wordt. Ook kan de overgang van zuurstof van de moeder tot het kind door sterke uitzetting van de navelstreng , ten gevolge van volstrekte kortheid of al te aanmerkelijke verkorting, door omsnoering om den hals ot een ander deel van het kind, gestoord worden; ja zelfs kan door eene al te aanmerkelijke uitrekking van dezelve scheuring plaats hebben , in welk geval het leven van het kind het spoedigst wordt uitgebluscht. Eindelijk kan aan het foetus ook daardoor schade worden aangebragt, dat de warmtegraad, in welken het leeft, al te veel verhoogd wordt, hetgeen bij ontstekingachtige aandoening van de baarmoeder geschiedt. Alle deze nadoelen kunnen echter in verschillende graden aanwezig zijn ; wordt namelijk de bloedsomloop door de navelstreng geheel onderdrukt, en wel gedurende eenen geruimen tijd, dan sterft het kind; hield deze drukking daarentegen slechts eenen korten tijd aan, dan komt het kind in eenen toestand van zwakte of schijndood ter wereld, waarbij alle teekenen van leven onderdrukt zijn, ofschoon het leven niet geheel is uitgebluscht. In dien toestand beweegt zich het kind niet en haalt geenen adem; de pols en hartslag zijn echter waar te nemen, en het kind kan door de zoogenoemde opwekkingsproeven, waarover wij intussclien later spreken zullen, weder in het leven worden teruggeroepen.

Wat de beleedigingen betreft, welke het ei of het foetus door de geboorte kan ondergaan , dezelve zijn van verschillenden aard. Dat de navelstreng scheuren kan, hebben wij reeds medegedeeld (1); er kan echter ook op dezelfde wijze eene te vroegtijdige plaats hebbende scheuring der vliezen ontstaan , waardoor het vruchtwater voor den tijd verloren gaat. Ofschoon nu wel dit verlies van het liquor atnnii niet volstrekt doodelijk is, lieeit het echter ten gevolge , dat. de krachtinspanningen der baarmoeder nu onmiddellijk op het foetus werken , hetgeen des te nadeeliger voor

(1) Marien (r. Frorieps Nolizen , 1814. Bd. YII , Nr. t>, S. 80) deelt een geval mede, waarin , ten gevolge van eenen sloot , dien eene zwangere vrouw op den buik kreeg, de navelstreng van het kind was afgescheurd. Vergelijk Arthur Fröbel, die Nabelsehur in ihrem palhologisehen Verballen wahrend der Gcburl. Inaugur. Abhandl. Wiirzburg. 1852. 8.

Sluiten