Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandbcen met bloeduitstorting in de schedelholte, bij een yicr dagen na ile geboorte gestorven kind , een oordeel vellen (xvn) (1). Minder gevaarlijk voor het leven zijn de indrukselen der beenderen van het hoofd , want wij zelve zagen dikwijls zoodanige indrukselen van buitengewonen omvang, zonder dat daardoor het leven of zelfs de gezondheid ecnig nadeel had ondergaan ; ook verdwenen dezelve, zonder eenige hulp der kunst, met den tijd genoegzaam geheel. Dat het foetus zelfs gedurende de zwangerschap, door hevige geweldadigheden , beleedigingen aan het hoofd kan ondergaan , tracht Beciier (2) te bewijzen door het mededeelen van een geval van eene vrouw, die 14 dagen voor hare bevalling ccnen hevigen val van de trappen gedaan had, waarop bij de door extractie volbragte verlossing (het kind lag met de billen voor) een dood kind geboren werd, hetwelk aan het hoofd niet slechts aanmerkelijke bloeduitstortingen , maar ook eene schuins van achteren naar voren, van den lambdanaad naar den pijlnaad, van daar echter naar beneden tot aan het slaapbecn voortloopende, het been geheel doordringende scheur, en eene tweede , meer naar achteren van gelijken aard , vertoonde , zoodat door deze twee scheuren het wandbeen in drie deelen verdeeld was , die slechts van boven nog aan elkander hingen. Sciwchr (3) en IIeijfelder (4) zagen beenindrukselen, in het laatste geval, met eene breuk van het voorhoofdsbeen , ten gevolge van den val van eene zwangere op harde, uitstekende voouwerpen; en Abele (5) vond bij een pasgeboren kind, ten gevolge van dezelfde oorzaak, eene etterende huidwond met eeltachtige randen aan het voorhoofdsbeen. Wittzack. (6) meende een sterk beenindiuksel in een geval van een uitwendig aangebragt geweld te mogen afleiden. Scuöller (7) zag de hoofdbekleedselen, ten gevolge van een gedurende de geboorte ontstaan indruksel der beenderen, in versterf overgaan. Zeer aanmerkelijk zijn zulke beenindrukselen , wanneer het bekken door beenuitwassen vernaauwd is, zoo als Düstzer (8) een ge-

(xvn) Ook ten opzigle van dit vraagpunt brengt de gercglelijkc geneeskunde den arts somtijds in tweestrijd, daar eene ziekelijke afwijking met eene met moorddadig oogmerk voortgebragte beleediging kan worden verward. Het is eene , vooral door Ollivier gemaakte opmerking, dat de schedelbeenderen der volwassen vrucht, ten gevolge van onvolkomene of ook bij de eerste vorming gebrekkige verbeening , zeer ligt kunnen breken. De beenderen zijn in dit geval zeer dun , de voortgaande verbeening is niet regelmatig, en bet beenweefsel op sommige plaatsen zoo verdund, dat het been zich als eene zeef kan voordoen , ja dat somtijds deszelfs continuïteit verbroken is ; de plaats der daardoor ontstaande ei- of cirkelvormige gaten heeft dan somwijlen het aanzien van een met onregelmatige mazen voorzien floers. Alsdan is de minste drukking op hel kinderhoofd voldoende, om eene breuk of indruksel aan de beenderen te weeg te brengen.

Vert.

(1) Henke's Zeitsebnft. Bd. III. 1822. (2) Ibidem. Bd. XXVI. 1835.

(5) Preuss. med. Zcitung. 1834. Nr. 32

(4) Schmidt's Jalirb. Bd. VIII. 185SS. S 12!5.

(8) Wiirtcmbergcr medie. Correspondenzblatt. 183!5. Bd. 1 , Nr. 1.

(6) Medicin. Zeitung von eincm Verein f. Heilk. in Preussen. 1841. Nr, 17.

(7) Ibidem. Nr. 38.

(8) Neue Zeitschrift fiir Geburlskunde. Bd. XI. Heft 3.

Sluiten