Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fcevestigd wordt. Tn. ScuarofeB, (1) nam zelfs bij een kind van 24 weien aan de linkerzijde vat» de spina oncipilis een hoofdbloedgczwel waar, dat zich laat gevormd en longzaam ontwikkeld had. Onder den naam van hoofdbloedgezwel verslaat men een Omsnlipwon, week, golvend, en, naar het schijnt, onpijnlijk, door bloeduitstorting onder de hoofdbekleedselen ontstaan gezwel, van de grootte ecner boon tot die van een balt ganzenei, welks warmtegraad gewoonlijk van dien van het overige gedeelte van het hoofd niet onderscheiden i3. Bij liet hoofdbloedgezwel is de het gezwel bedekkende huid ongekleurd , terwijl zij bij het hoofdgezwel blaauw of zwartachtig-blaauw voorkomt. Het ontstaat nu eens gedurende, meestal spoedig na de verlossing, slechts zelden na een tot drie dagen; terwijl het zich vormt, is het deegachtig, nadat, hetzelve in grootte toegenomen is, strak en elastiek op het gevoel. Het meest komt het aan de wand-beenderen, vooral aan het regter voor; intusschen wordt het ook in de voor- en achterhoofdstreek , het zeldzaamst aan de slapen, waargenomen. Valleix (2) geeft de plaats , waar dit gebrek gewoonlijk aanwezig is, naauwkeuriger op, en bepaalt deszelfs zetel op den achtersten bovensten hoek van het regter wandbeen. Burcbard vond 30 dergelijke bloedgezwellen opliet regter, 17 op het linker wandbeen, 3 op het achterhoofds- en 1 op het regter voorhoofdsbeen. Wanneer op beide wandbeenderen te gelijk bloedgezwellen bestaan , vinden wij dezelve altijd door den pijlnaad gescheiden, daar zich het beenvlies aan de randen van de beenderen niet losmaakt. Strekt zich een bloedgezwel wezenlijk over eenen naad of eene fontanel uit, dan is het door uitstorting onder de aponeurosis ontslaan. — In de meeste gevallen komt slechts een bloedgezwel voor; intusschen zijn de waarnemingen van bloedgezwellen, die op beide zijden te gelijk aanwezig waren , niet zeldzaam, ja zelfs heeft men er nog meer te gelijk bij hetzelfde individu aangetroffen ; zoo hebben b. v. fiuRDAcn , Bukcdard en Trefort (3), bij een kind drie bloedgezwellen gezien, van welke er op ieder wandbeen een, het derde op het achterhoofdbeen voorkwam. — Gedurende de eerste zeven tot negen dagen schijnt het gezwel meer en meer toe te nemen, vooral in hoogte en strakheid, minder in omvang. De algemeene gezondheidstoestand van het kind is gewoonlijk ongestoord ; Gölis wil echter ten gevolge van deze kwaal eenen toestand van verdooving bij een kind hebben waargenomen, en Diepfenbach vindt het gemakkelijk te verklaren , dat bij eenen aanmerkelijken omvang van het hoofdgezwel, wanneer daarbij de galea aponeurotica sterk gespannen is, eene zamendrukking van de schedelbeklecdselen, en derhalve ook van de hersenen kan plaats hebben. Bij het inwendig bloedgezwel, over hetwelk wij later zullen handelen, is het voorzeker met den algemeenen gezondheidsstoestand anders gesteld; intusschen merkt ook Wokurka Op , dat bij buitengewone vulling van het gezwel, een toestand van verdooving bij het kind wordt waargenomen , dat, wanneer het gezwel niet geopend wordt, het kind allengskens den lust tot zuigen verliest, dat het bij het drinken dikwijls op

(1) Mecklenbiirg. medicin. Conversationsblatt. 1841. Nr. 11.

(2) Clitiiqne des nialadies des enfans nouvcau-ncs. l'aris, 1838. 8* ]>. ÜÜO.

(5) Hohcher's llatinüversche Annalen. Bd. V. Heft. 2.

Sluiten