Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3ang kunnen blijven voortleven. F. v. Brayais (1) onderzocht b. v. een kind, hetwelk 4ï maand geleefd had, ofschoon het gcenc aarsopening had maar de dijkstollen door de pisbuis ontlastte, in welke de zich onder de pisblaas ombuigende endeldarm overging. (Onlangs is ook door Lonhlt (2) eene der zeldzame gevallen beschreven geworden , waarin men na den dood van een kind , hetwelk gedurende het leven drekstoHen door de pisbuis ontlastte, ontdekte , dat dc endeldarm niet in de blaas overging , maar zich met een zeer dun kanaal in de pisbuis opende. — Eindelijk wordt ook door W. A. Otto , een zoodanig praeparaat bewaard.) (xxxiv).

De genezing verschilt naar de soort der vergroeijing of sluiting. Is er een tegennatuurlijk vlies aanwezig , hetwelk de uitwendige aarsopening sluit, dan verdeelt men dit door middel van eene kruissnede. Is de endeldarm inwendig dooreen vlies gesloten, dan bedient men zich van eene troiquart of pharyngotoom. Na het openen van het vlies, moet de geneesheer zorg dragen, dat de gemaakte opening zich niet slechts niet weder sluite, maar zich ook verwijde, hetgeen door het gebruik van bougies , of geoliede plukselwieken , die dagelijks meermalen moeten vernieuwd worden, bewerkt wordt. Omtrent deze en dergelijke ingelegde vreemde ligchamen heeft intusschen de ondervinding getoond, dat zij eene voortdurende persing opwekken , en altijd binnen korten tijd weder uit de wond verwijderd worden , weswegens vele heelkundigen het heter achten, de vergroeijing, door het dagelijks meermalen herhaalde inbrengen van den beolieden vinger in de wond, te voorkomen.

Ook in die gevallen , waarin de endeldarm blind eindigt, en van buiten geen spoor van aars voorhanden is, alsmede in die gevallen, waarin de aars zich in een ander werktuig opent, heeft men de operatie beproefd, en daar bet in meerdere gevallen gelukt is, door zulke heelkundige ver-

(1) Actes de société de santé de Lyon. 1801. Tom. II. Vergelijk Ilufeland, Sch- 'jer en llarless, Journal der auslandischen medicinischcn Literator. 18ttëf. Jnn.

(2) Nouv. Bihlioth. med. '1829. Juillet. — Arehives générales dc Médécine. Aoiit. p. 4d3. — Journal analytique. 1829. Aoüt. p. 488

(xxxiv) Eigenaardig, hoewel onvolledig, wegens het gemis der verdere nnatom. pathol. nasporing, is de volgende waarneming van Ruysch: het was, zegt hij, in de inaand Augustus 1718, toen een jongetje aan mijn huis gebragt werd , aan welks ligchaam geen schijnsel van anus te zien was , maar een klein , rond , hol , dun , vliezig zakje , hebbende dc dikte omtrent van eene schrijfpen , aan het scrotum vastzittend. Deszclfs uiteinde was gesloten en vol incconium; op den vierden of vijfden dag brak dit bastaarddarmpje van zelf door en ontlastte zich van den gcmelden drek ; korten tijd daarna stierf liet kind. Ik twijfel niet of dit zakje was een bastaard-endeldarmpje; het was vol opregte kindspek, hetwelk altijd in dc dikke darmen der kinderen gevonden wordt; echter noem ik het een bastaard-endeldarmpje, omdat het de ware eigenschappen van den endeldarm niet had , want het was zoo dun , dat de gemelde drek er door heen scheen , en daarenboven zeer ongelijk , dewijl het op de eene plaats wijder, op de andere plaats naauwer was. — Eigenaardiger nog verhaalt Baux, dat hij een meisje kende van 14 jaar. zonder opening aan de teel- of pisorganen , als ook zonder anus , bij hetwelk de faeces door den mond , en de urine door dc borsten ontlast werd ; het meisje was daarbij volkomen gezond. Vert.

Sluiten