Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het liclit doorschijnend is, de tong tegen het harde gehemelte aandrukt en liet kind liet zuigen belet, ja zelfs in hoogeren graad het slikken verhinder!. De meeste genecsbeeren nemen als oorzaak van deze kwaal eene opzwelling of'desorganisatie van den ductus Whartonianus of van de uitloozingsbuis van de glandulae s ublin g uales aan, en uitdien hoofde brengen Richter (1) en Sta rut (2) dezelve tot dc lymphatische gezwellen. Onlangs heeft intusschen Fleisciimaüs (3), ten gevolge van de onderzoekingen van Stroimeyer, aangetoond, dat deze kwaal uit eene ziekelijke aandoening van onder de tong gelegen slijmbeurzen ontstaat, hetgeen daardoor zeer waarschijnlijk gemaakt wordt, dat nooit aan den ductus Stenonianus eene ranula is waargenomen , dat men dezelve voorts nooit na verstopping van de uitloozingsbuizen door speekselsteenen heeft zien geboren worden , en dat de vloeistof in de ranula bevat, volstrekt geene overeenkomst met het speeksel vertoont (xliv) (4). Ook J. P. Kyll(5) twijfelt, of het kikvorschgezwel wel in eene verstopping van den ductus W hartoni anus bestaat en beweert, dat hetzelve eene eigene kyste heeft, en waarschijnlijk tot de hydatides behoort. In enkele gevallen moeten deze gezwellen dc grootte van een hoenderei bereikt, ja zelfs de ademhaling gehinderd , de tanden naar buiten gedrongen en eene oppervlakkige caries van de kaakbeen-

(1) Anfangsgriindc der Wundarzneikunst. Bd. IV, S. 1.

(2) Archiv fiir die Geburlshiilfc. Bd. III , Hft 2 , S. 509.

(3) I/ascr's Repertorium für die gesammte Medicin. Bd. II, lift. 6.1841.

(xuv) Hoewel wij de opmerkingen van Strohmeijcr en Flcischmann geenszins willen tegenspreken , verdient echter voor sommige gevallen de verklaringswijze van Reisinyer vermelding. Deze geneeskundige , die meermalen , bij bestaande ranula, den ductus whartonianus voor dc sonde nog toegankelijk zegt gevonden te hebben, gelooft , dat de vooronderstelde verdikking van het speeksel niet blootelijU het gevolg van dcszelfs terughouding is, en niet altijd in verhouding tot den duur van het gezwel staat, maar dat abnormaal afgescheiden speeksel, welligt in verbinding met atonie van den ductus whartonianus , de ontwikkeling der ranula bevordert; hij meent vervolgens, dat dit gezwel niet altijd door de wanden van den uitgezetten ductus whartonianus gevormd wordt, maar dat niet zelden de matig uitgezette buis barst en de afgescheiden massa alsdan in het omliggende weefsel wordt uitgestort, en in cenen zak van verdikt celweefsel, naar eenen tumor cysticus gelijkend, bevat is ; op deze wijze kan men zich de onderscheidene vormen der ranula verklaren, zoo als ook de menigmaal daarbij bestaande toegankelijkheid van den ductus whartonianus. Vert.

(4) L. Gmelin (Wahler's und Liebiy's Annalen der Chemie und Pharmacie. Bd. XXXIV. lift. I. S. 9ü en Bd. XLl. S. 501) vond na herhaalde analyse, dat de vloeistof, in de ranula bevat, bestond uit 97,54 water , 2,02 oplosbaar eiwit en 0,64 door wijngeest en water uitlrekbare <leelcn , zoo als osmazoma, keukenzout, sporen van vet, eene zelfstandigheid die met het speeksel overeenkwam , koolzure polasch en misschien een spoor van azijnzure polasch ; maar noch ware speckselslof, noch zwavelblaauwzure potasch bevatte, welke bcstanddcelen in het gezonde speeksel voorkomen.

(8) v. Grafe's und v. Waltlicr's Journal fiir Chirurgie und Augenheilkunde. Bd. XXVI. Heft 4.

Sluiten