Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levens, zonder gevaar verrigt worden, terwijl wij het bij zwakke kinderen voor raadzaam houden de operatie langer uit te stellen (xlvi). E. Blasids (1) houdt de operatie voor tegenaangewezen : 1) hij zoo groot verlies van zellslandigheid aan de lip, dat de randen niet zonder de grootste uitrekking kunnen vereenigd worden; 2) bij het bestaan van eene dyskrasie of van een of ander algemeen lijden, alsmede van eene plaatselijke aandoening van de lip, die niet door de operatie kan worden weggenomen; 3) gedurende het tandemnaken, welke laatste omstandigheid ook Heyfelder en L. J. v. Bierkowski (2) te regt als eene tegenaanwijzing aannemen. Bovendien herhaalt nog Roux het voorschrift van Jonker, de operatie nooit te doen, gedurende den tijd, dat het kind aan eene verkoudheid lijdt, omdat het daarbij gewoonlijk plaats hebbend niezen gemakkelijk tot het uit elkander rukken van het verband tan aanleiding geven, en- het uit den neus vloeijende vocht het vergroeijen der wondvlakten verhinderen kan.

Uicuard verklaart zich voor het vroegtijdig opereren, omdat het kind reeds na 4 dagen de borst vatten kan. E. Deimas (3) en Jukgmann (4) opereerden reeds twee uren na de geboorte , en ofschoon ook het gevolg gunstig was, kunnen wij toch over het algemeen het zoo vroegtijdig ope" reren niet goedkeuren. Even zoo min echter zouden wij met Guelius de zevende maand, met Cooper het derde levensjaar, of wel zelfs met Uüpbytreïi eenen nog lateren leeftijd afwachten, wanneer niet bijzondere omstandigheden het uitstellen van de operatic tot dien tijd noodzakelijk maken. Schöpff (5) deed de operatie ook reeds in de derde week des levens en merkt daarbij op, dat tegen de spanning, die doorliet schreeuwen natuurlijk grooter wordt, de meerdere weekheid en rekbaarheid opweegt, en dat de genezing dikwijls buitengewoon spoedig per primam intentionem geschiedt. In het algemeen slelt echter Schöpff (Ie operatie uit tot na het spenen, ten einde het uitscheuren van den naad te vermijden. Een geval, waarin de natuur nog voor de geboorte eene hazenlip genezen heeft, zoodat er een likteeken , even als na de operatie was overgebleven , heeft Chacvin medegedeeld (6).

Het ligt geenszins in ons plan, de operatic der hazenlip zelve, hier te beschrijven, daar dezelve geheel en al tot de heelkunde behoort; wij veroorloven ons slechts eenige aanmerkingen , die tot den teederen leeftijd,

(xlvi) Om , voor dat er eene operatie kan plaats hebben , het nemen van voedsel hij kinderen, met labiurn leporinum en palatum fisstim beheht, gemakkelijker te maken , is de raadgeving van Roii.v alleszins te behartigen , om het kind in eene verticale houding te laten zuigen , terwijl men eene herhaalde zachte drukking op de borst te weeg brengt. Is er eene ruime gemeenschap tusschen de mond- en neusholte aanwezig , dan moet de voeding uit een biberon of een lepeltje , in genoemde houding , geschieden. fert.

(t) Akiurgie. Bd. II. Halle , 1831. S. 339.

(2) Anatom. chirurg. Abildungen etc. Berlin , 1827.

(3) Ephémérides médicales de Slontpellier. 1827. Decbr.

(4) Oesterr. medicin. Annalen. 1841. April.

(5) Jahresbeitrag zur prakt. Medicin und Chirurgie in Kindjrkrankheiten vom Pesther Kinderspital. Pcslh. 1841. 8. S. 23(5.

(6) Revue médicale fran^aise etc. 1838. Mai.

Sluiten