Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het heili'gbeen vöorlwaifl, behalve twee klompvoeten ook eene klomp hand waar. Zoo als de ledematen bij spina bihda gewoonlijk verkromd «ijn, vinden wij ook niet geheel zelden de ruggegraat gekromd. In eenen geringen graad zag dit Lindsaij ; een merkwaardig geval echter, waarin de spina bijida met waterzucht van het ruggemerg , het ontbreken van de valsche wervels van het heiligbeen , van het achterste gedeelte van het harde gehemelte, van de teeldeelen, van den aars en van verscheidene andere misvormingen, alsmede met eene zijdewaardsche verkromming van de wervelkolom verbonden was , deelt, ons v. Fromep (1) mede. Riciiard geeft nog andere gebreken in de vorming op, die met spina bijida zouden gepaard gaan, te weten, aangeboren navelbreuken, of splijting van de buikbekleedselen, omstulping van de pisblaas , scheiding van de schaambeenderen , enz.

In het gezwel zelf wordt gewoonlijk een helder, klaar water aangetroffen , hetwelk intusschen ook somtijds troebel, even als met lympha of slijm vermengd, of geelachtig, van de kleur van bloedwei, of zelfs roodachtig door het wezenlijk bijgemengde bloed verschijnt. Slechts zelden bevat deze vloeistof opgeloste ruggemerg-en hersenzelfstandigheid, en dan vinden wij stellig het ruggemerg in de nabijheid van het gezwel zeer week en opgelost. Na in het werk gestelde operatieve proeven, bevat het gezwel somtijds etter, ten gevolge van plaats hebbende ontsteking (Sciiöppf (2)). liet gezwel zelf wordt door de uitwendige huid ofslechts door de vliezen van het ruggemerg gevormd , welke door de in de ruggewervels aanwezige spleet naar buiten treden. Slechts zelden is ook de ruggegraat naar binnen gespleten, zoodat men door de wervelen heen voelen kan (li). Het water wordt of tusschen de dura mater en de ar achnoi dea of tusschen de laatste en de pia mater, of wel in een kanaal in het midden van de ruggemergszelfstandigheid (lii) (Brüner , Meckel , Otto ,

(1) Notizen aus dem Gebiet der Natur- und Heilk. Bd. XVI, IIft.2, S. 176.

<2) Jahresbeilrag zur prakt. Medicin u. Chirurg, in Kinderkrankh. Pesth. 1841. S. 259.

(tl) Hiervan leveren Tulp, Wepfer, Buigen enz treffende bewijzen. Deze scheiding der wervelligehamen verklaart W. Vrolik uit de vorming derzelve uit twee beenkernen , welke , even als bij den kikvorseh en den baai, eerst gescheiden zijn en daarna zonden ineensmelten. Volgens IHeckel vindt men aan de geraamten van menschclijke vruchtjes niet zelden eene sleuf aan den boven- en benedenrand der wervelligehamen , welke als overblijfsels dezer oorspronkelijke spleet te beschouwen zijn. Vert.

(lii) Volgens vele schrijvers is het voeht doorgaans bevat in de ruimte tusschen de pia mater en de arachnoidea , welke Magendie naauwkeurig beschreven beeft, en door middel van welke gemeenschap met de hersenvliezen en hersenholten . zoude uitgeoefend worden. Billard meent het vocht, in de door hem waargenomen gevallen , meestal tusschen de beide platen der arachnoidea te hebben waargenomen. Dc aanwezigheid der vloeistof tusschen de arachnoidea en dura meninx is zeldzamer, terwijl, in enkele waarnemingen , het laatstgenoemd bekleedsel , tegelijk met dc huid , geheel ontbrak. Is het vocht in het teruggebleven kanaal van bel ruggemerg zelf aanwezig, dan kan dit uitgezet worden ; op deze wijze verklaart TV. Vrolik de waarneming van Cruveilhier en zijne eigene, in welke aaneengroeijing van het ruggemerg met dc omkleedsclcn plaats

Sluiten