Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welker aanwending , vooral bij piszure stecnen , zicli Wetzlar en Duverhot verklaren. Wetzlar (1) loonde liet eerst aan, hoe de oplossing van borax het piszuur met buitengewone gemakkelijkheid oplos!:; later maakte ook Alb. Gros (2) er op opmerkzaam , dat ook Berzelius deze werking van de borax geroemd had; en Wcrzer (3) beveelt dezelve derhalve den geneeskundigen ter aanwending tegen piszand en pisgruis aan.

In sommige gevallen van groote prikkelbaarheid van de blaas (lxxxii), die inzonderheid bij phosphorzure steenen is opgemerkt geworden, zagen Blane van het kalkwater en Brodie en Tn. S. Betton van de pareira brava (een ons van den wortel in 1 pint water lot de helft ingekookt, en daarvan dagelijks driemalen -2—1 wijnglas vol gedronken) groot nut.

Heeft zich een pissteen in de pisbuis vastgezet, en verhindert dezelve daardoor het wegvloeijen van de urine, dan verwijde men de pisbuis door sterke katheters tot op de plaats, waar zich de steen bevindt: Frère Cosjie (4) maakt van een geval gewag , waarin een plattelands heelmeesler eenen zoodanigen sleen, op eene bij de landlieden gebruikelijke wijze, namelijk daardoor verwijderde, dat hij de penis in den mond nam, en den steen door zuigen verwijderde. Is de in de pisbuis vastzittende steen op gecne wijze van deszelfs plaats te brengen , dan ontslaat somtijds de noodzakelijkheid , denzelven door eene insnijding van buiten te verwijderen , waartoe Baffos , Murat , Segelas , Aomont , Boex, Boulu en anderen zich genoodzaakt zagen , hunne toevlugt te nemen.

Wat nu eindelijk die gevallen betreft, waarin grootere stecnen zich in de kinderlijke pisblaas bevinden , ontstaat de vraag , of tot verwijdering van dezelve de steenverbrijzeling of de steensnijding moet gekozen worden. Rognetta(5) beproefde de eerste bijeen kind; er volgde echter

(1) Beitrage zur Kenntniss des mensehlichen Harns; niit Yorrede und Auiuerk. von F. ff'urzcr. Frankf. a. M. 1821. S. 78.

(2) Journal des connaisances médicales. 1858. No. 5.

(5) Buchtier's Repertorium. Bd. XXI. Heft I. 1840.

(txxxu) Door eene plotselijk verhoogde eontracliliteil der blaas, ontdoet dezelve zich somwijlen vrijwillig van den aanwezigen steen , die echter door vorm en grootte moet medewerken , om den gewenschten uitslag te weeg te brengen , zonder scheuring der urethra na zich te slepen. Guersant verhaalt eene dergelijke schielijke uitdrijving tot in de fossa navicularis penis bij eenen zijner kleine patiënten; achter de fossa echter werden , volgens G. door den aandrang der urine, de wanden der urethra gescheurd. G. brengt, om deze wijze van uitstooting bij kinderen nader te bewijzen , de opmerking bij , dat de stukken van den steen na litliontripsic soms met kracht worden uitgedreven. —stberle zegt deze uitdrijving door kunstmatig opgewekte verlamming van den spbineter vesicae te weeg gebragl te hebben; 19 kinderen verloste hij van den steen, door dezelve inwendig eene zaadmelk, uit snm. cannab. met bijvoeging van exlr. hyoscyami , toe te dienen , terwijl hij uitwendig in bet perinaeum eene zalf inwreef, welker hoofdbestanddeel belladonna was. Het spreekt, van zelf, dat de steenen niet zeer groot waren; in alle de gevallen volgde de expulsie in een tijdsverloop, dat varieerde tusschen 18—36 uren. De paralysis van den spbineter, phartuacologisch daargesteld, duurde bij deze kinderen slechts korten tijd. 1'ert.

(4) Schmidl's Jahrb. Bd. XI. S. 224. (15) Revue inédicale. 1854. Mars.

Sluiten