Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of [jccne bewegelijkheid (Leaer) (1). G. Cii. Oesterlek (2) bestrijdt het gevoelen van Heyfelder , volgens wien deze ziekte uit eene belemmerde ademhaling en bloedsomloop en daardoor verhinderde oxydatie en desoxydatie van het bloed , deszelfs ontstaan nemen zoude; want in drie gevallen , welke hij waarnam, waren zoowel pols als ademhaling tot op liet oogenblik der volkomene ontwikkeling der ziekte ongestoord, en bij de lijkopening konde noch een hart-, noch een longlijden ontdekt worden.

De duur der ziekte is, bij den gewoonlijk ongunstigen uitgang, kort, wanl de meeste kinderen sterven nog voor den zevenden dag. Neemt de ziekte eenen goeden keer, dan verdwijnen de ziekteverschijnselen slechts langzamerhand, en liet herstellingstijdperk duurt zeer lang, want zelfs na meerdere maanden zijn dikwijls nog sporen van hardheid der huid waargenomen geworden (xcvii).

De oorzaak, waarom tot heden toe de gevoelens omtrent de natuur en het wezen dezer ziekte zoo zeer uitcenloopen, schijnt daarin gelegen te zijn , dat onderscheidene geneeskundigen, niettegenstaande de menigvuldige eigendommelijkheden, welke de celweefselverharding aanbiedt, deze ziekte met. andere kwalen (xcvin), vooral met de in de vorige afdee-

en kunnen de oogleden bij den prikkel van meer of min scherp licht niet dan met moeite voor een oogenblik openen , al zijn dezelve van de ziekte vrij gebleven ; de geheele vitaliteit is onderdrukt , van daar de kleine, bijna onmerkbare pols, de koude enz. Verl.

(1) Considérations sur Pendurcissement du tissu cellulaire chez les nouveau-ncs, par Th. Leger. Paris, 1825. 4.

(2) Heidelb. klin. Annalen. VII. I. Heidelberg, 1831.

(xcvi) Wat het beloop der ziekte betreft, is er , volgens Billard, geen onregelmatiger; er zijn geene bepaalde tijdperken; niet een enkel kenteeken toont hare resolutie aan ; en hare graden van intensiteit, deeenige opmerkenswaardige verschijnselen, bieden in derzelver verhellingen afneming de grootste en minst waardeerbare verscheidenheden aan. Volgens denzelfden opmerker is de dood het zeldzaamst het gevolg van het lijden zelf, maar meestal aan oorspronkelijke of bijkomende ziekelijke afwijkingen van voor het leven noodzakelijke werktuigen toe te schrijven ; terwijl de zitplaats van deze afwijkingen bij induratio telae cellnlosae niet bepaaldelijk in het een of ander, door sommige schrijvers vastgesteld orgaan behoeft gezocht te worden. l'ert.

(xcvn) Ten opzigte van het gebrek zelf onderscheiden Valleix en anderen de induratio telae cellnlosae (volgens F alleix enz. eenvoudig oedema) van de induratio telae adiposae. Maakt men in een deel, door eelweefselverharding aangedaan, eene diepe insnijding, dan ontwaart men drie verschillende lagen : de huid, den panniculus adiposus en een plaatvormig weefsel ; deze laatste laag ziet men alsdan aanmerkelijk meer uitgezet dan de beide overige, soms wel dik , terwijl uit dezelve eene groote hoeveeiheid serum vloeit; overigens scheiden verharde interstitiën helvetweefsel van een, hetwelk hierdoor een korrelachtig aanzien verkrijgt. Bij induratio telae adiposae daarentegen is het plaatvormig weefsel zeer dun , wit, droog , en neemt, wanneer men het verscheurt, den vorm van draden aan j het vetweefscl zelf* is vast en hard als ongel j deze indnratie wordt gewoonlijk aan de wangen, de billen , de kuiten, den rug en den voorwand van de borst waargenomen j de kleur der huid is niet paarsch y maar wit en geelachtig. Hardheid en koude zijn aan beide vormen eigen.

Vcrt.

Sluiten