Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tle zwangerschap oenen volkomen stilstand van iiare ziekte waar, en vond bij het kind geen spoor van besmetting. Hieruit nu trekt' hfj het besluit , dat , even als andere cachexien en ziekten der reproductie in het algemeen, ook deze ziekte gedurende de zwangerschap niet pleegt voortteschrijden, daar de geheele voortbrengende werkda— digheid op de vorming van de vrucht schijnt gerigt te zijn, waardoor genoemde stilstand der ziekte bewerkt wordt. De ten tijde van de bevruchtiging bestaande syphilis zoude derhalve op de hoogte, waarop zij zich toen bevond , blijven staan. Wordt daarentegen eenc zwangere langen lijd na de bevruchting besmet, dan schijnt de vrucht, uit hoofde van deszells alsdan reeds meer innigen zamenhang met de moeder, door middel der vaten en door deszelfs eigene levenszwakte meer aan de besmetting bloot te slaan. Gewoonlijk zoude echter het tecdere leven der vrucht daardoor vernietigd en dood en miskraam opgewekt worden. Iloe verder de vorming van de vrucht gevorderd is, des te zekerder is de besmetting. — Hefelahd (1) verccnrgt zich volkomen met deze gevoelens , en deelt een dezelve bevestigend geval mede. — Camjroh houdt de syphilitische besmetting der vrucht zoowel bij de bevruchting, als ook gedurende de zwangerschap en de verlossing voor mogelijk. Uiess (2) daarentegen deelt niet in de meening, dat de venerische ziekte door het embryo wordt geërfd of aangeboren zijn kan. Iïiiom: (3) gelooft niet, dat de venusziekte bij de teling van den vader met het zaad op de vrucht kan overgaan, hetgeen intusschen meerdere nieuwere geneesheeren, b. v. Büsterberg (4), Cedersciijöld (5), Nevermann ((?), Guerard (7), Collix (8), Hicuard en anderen beweren; daarentegen is hij van gevoelen , dat het gif op het in de baarmoeder levend foetus kan inwerken , daar het van de door den uterus besmette omhulsels van het ei even zoo goed op het kind kan worden overgebragt, als het zich bij geborenen van de teeldeelen op den hals verplaatst. Versos houdt zoowel de besmet ting door den bijslaap , als door het bloed der moeder voor onwaarschijnlijk. Jörg deelt in het gevoelen van Richter, dat het venerisch gif van de moeder slechts bij den doortogt van het kind door de scheede op dit kan worden overgedragen, want evenmin als het bloed, heeft het mannelijk sperma eene aanstekende kracht, en door de moeder wordt het embryo des te minder besmet, daar volstrekt geen onmiddellijkeovergang der sappen van demoeder tot het kind plaats heeft.Pu. Düpp (9) gaat daarentegen zelfs zoo ver, van te beweren, dat de venusziekte zich bij pasgeboren kinderen van geheel gezonde moeders spoedig na de geboorte kan vertoonen, en wel ten gevolge van overerving van den aan

(1) Ibid. Bd. 44. St.1. S.6. (2) De syphilide neonatorum. Berol. 1824.

(5) Dc syphilide neonatorum dissert. Dorpati, 1823 8. Confer. Joan BSlim, Diss. de syphilide neonatorum. Pragae, 1842. 8.

(4) Med. Zcitung vom Verein fiir Heilkunde in Preussen. 1841. Nr. 21.

(8) Tidskrift for LakareochPharmaceuter. Stockholm. Tom. VII. No. 10.

(6) Schmidt's Jahrbiieher, u. s. w. Bd. XXVII. S. 68.

(7) El. v. Siebold's Journal fur Geburtsh. u.s.w. Bd.X. St. 5. S. 881.

(8) Hygiea. Stockholm, 1839. Novbr.

(9) Vermischte Abhandlungen aus dem Gebiet der Heilkunde von einer Gesellschaft praktischer Aerztc in Pelersburg. Petersburg, 1842.

Sluiten