Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(lelijke aanraking. Indien het door water omgeven kind door de syphilis ton worden aangetast, had men voorzeker reeds bij de geboorte bij kindcien verschillende vormen en wijzigingen van de syphilis aangetroffen , waarvan tot heden toe alle schrijvers gezwegen hebben, liet is intusschen ons doel niet, door dit gevoelen den overgang van eene scherpe of in het algemeen slechte lympha van de moeder tot het kind , of derzelver gevolgen te bestrijden, wij nemen deze in tegendeel aan, en gelooven j'uist, dat de ten gevolge van kwaadsappigheid bij pasgeborenen ontstane huiduitslagen en klierziekten dikwijls met syphilis zijn verwisseld geworden. Fr. Haase (1) verdedigt de stelling dat'de syphilis aangeboren zijn kan , cn reeds voor de geboorte van de ouders op het kind kan overgaan, en deelt (wee gevallen mede, die zulks bewijzen zouden. In deze gevallen waren de ouders reeds sedert meerdere maanden n'aar den schijn van dc venusziekte bevrijd , en bevonden zich tamelijk wel. Haase beweert, dat de aanleg (diathesis) tot de venusziekte op dezelfde wijze van de ouders op de kinderen kan worden overgebragt, als de scrophels en andere ziekten , en dat daartoe geen stoffelijke overdragt noodig is. Ja zelfs zoude, volgens zijn gevoelen, de vader aan het Ibetus de syphilis kunnen mededeelen , zonder dat de moeder zelve besmet werd , een gevoelen , hetwelk later, zoo als reeds opgegeven is , ook Döpp aannam. Ook Simon Jon. (2) omhelst deze meening en houdt het zaad vaneenen venerischen vader, het bloed van eene door lues aangedane moeder en de melk van eene syphilitische minne voor wezenlijk syphilitisch, hetgeen wij geenszins gelooven, zoo lang niet kan worden aangetoond , dat door inentingen van deze vloeistoffen zonder tegenspraak syphilitische ziekten kunnen worden opgewekt (cn). Veeleer schijnen ons genoemde vloeistoffen

aandoening der genitalia beveiligende voorzorgen der natuur en kunst bij en na de geboorte; 3°) wagens het menigvuldig voorkomen van syphilitische verschijnselen op die plaatsen van het kinderlijk ligchaam, welke niet met de moederlijke deelen in aanraking komen ; 4°) wegens den secundairen vorm, dien de syphilis bij het pasgeboren kind zoo vaak schijnt aantenemen , lot welks ontwikkeling voorzeker te weinig lijds verloopen is.

Vcrt.

(1) De syphilidis recens natorum palhogenia commentatio. Anct. Car. Frid. Haase. Lips. 1828. 8.

(2) Med. Zeitung vom Verein f. Heilk. in Preussen. 1834. Nr. 49 en 80.

(cu) Ofschoon John Hunter door proefnemingen bewees, dat het bloed

van syphilitische lijders tot inoculatie ongeschikt is, bewijst dit nogtans hoegenaamd niet, dat daarom dit bloed niet als overbrenger der bies naar het foetus kan beschouwd worden. Tot verklaring van het eerste behoeft men slechts den verdunden staat in aanmerking te nemen, in welken het virus zich in het bloed moet bevinden. Buitendien heeft'ook de iehor van secundaire syphilitische zweren , volgens llunter cn Ricord, geen inoculerend vermogen , en niettemin zal wel niemand deszelfs syphilitische geaardheid willen ontkennen. — Wij zijn voorts te onkundig omtrent het verband, hetwelk tusschen lues en bloed bestaat, om de verandering van het laatste in de de longen vervangende placenta als beletsel tot den overgang der eerste te beschouwen ; de mededeeling evenwel van pokken en andere exanthemata febrilia, van moederlijke dyscrasiën etc. leveren bewijzen voor dc mogelijkheid van overdragt op dc vrucht. Vert.

Sluiten