Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat eene ontsteking van het slijmvlies van den mond het verschijnen van de spruw voorafgaat , laat zich daaruit opmaken, dat de kinderen een of meer dagen voor het uitbreken der ziekte zeer onrustig zijn, veel schreeuwen, eene ongewone droogte, hitte en meer donkerroode 'kleur van de inwendige vlakte der mondholte vertoonen , en bij het zuigen aan de borst pijn schijnen te hebben, zoodat zij den tepel weder loslaten en een klagend geschreeuw doen hooren. Na eenigen lijd vormen zich enkele verhevenheden , die zich zoowel door het gezigt als door het; gevoel laten onderscheiden. — Bjllard houdt deze verhevenheden voor ontstoken folliculi mucosi en schildert de vorming van de eigenlijke spruw daaraan geëvenredigd af. Volgens hem komt uit de uitlozingsbuizen van dezelve eene witte en etlerachtige slof te voorschijn, welke bet tweede tijdperk der ziekte , dat der zwecring, kenmerkt. Staan de blaasjes op zich zelve, dan kan men somwijlen duidelijk eenen kleinen ontstoken kring in den omtrek van het exsudaat waarnemen. In eenige gevallen dringt uit de slijmbeursjes , in plaats van de wiltc stof, een weinig bloed, waardoor bruine korsten gevormd worden , die zich van de kleine korsten bij koud vuur voorkomende , daardoor onderscheiden, dat er niet, zoo als bij deze, een verlies van zelfstandigheid plaats heeft. Vermindert de ontsteking, dan verdwijnen de zweertjes , zonder zigtbare sporen achter te laten. Wel is waar vindt men somwijlen schijnbare diepten, welke achterblijven; deze spruiten echter voort uit de verdikking en zwelling van de ontstoken randen. Verson (1) nam bij het verdwijnen van de spruw, aan den hals, stuit of aan de heupen een knobbelvormig uitslag waar, dat korten tijd aanhield, en hetwelk hij geneigd is als eene crisis te beschouwen.

De voorzegging verschilt naar de soort van spruw. Is deze goedaardig dan is zij zelden gevaarlijk en verdwijnt bij eene behoorlijke diaeletische verpleging bijna altijd weder spoedig, zonder eenig nadeelig verschijnsel achlertelalen, behalve dat het kind gedurende den tijd, dat de ziekte hare hoogste ontwikkeling bereikt heeft, door onvermogen van behoorlijk aan de borst te zuigen , en zelfs van het aangeboden voedsel behoorlijk te verteren, cenigermate minder gevoed wordt. Intusschcn kan men wel met zekerheid zeggen, dat deze vorm van spruw op zich zelve niet ligt levensgevaarlijk wordt, cn dat wanneer kinderen aan deze kwaal sterven , eene andere oorzaak aan den dood schuld gehad heeft. Zeer gunstig is het altijd, wanneer de spruw na zeven tot veertien dagen weder verdwijnt; komt dezelve echter gedurig op nieuw weder te voorschijn, cn duurt dezelve op die wijze weken, ja zelfs maandenlang voort, dan neemt de ziekte uit een dieper lijden van het wedervoortLren{•ingsstelsel haren oorsprong, en vordert eene andere behandeling. Üosektiial (2) oppert het denkbeeld, dat de spruw niet ontstaat, zonder dat er te gclijker tijd aandoeningen van de spijsverteringswerktuigen aanwezig zijn, of dat zij de oorzaak van zoodanige aandoeningen, of gelijktijdig het gevolg i3 van de aetiologische momenten, waaraan deze laatste haar ontstaan te danken hebben. De ziekte heeft des te minder te beduiden , hoe rustiger de kinderen gedurende dezelve zijn, hoe minder

(1) Der Arzl am Krankenbelt der Kinder. Bd. I. Wien, 1838. 8. S. 71.

(2) Medicin. Conversalionsbl, des wissenschaft!. Vereins fiir Aerzte und Apotheker Meckleuburgs. Jahrg. 1841. Bd. 11. No. 8. Aug. S. 101.

Sluiten