Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leden neemt Ion , het bindvlies der oogleden zwelt aanmerkelijk op, en neemt eene donkerroode kleur aan. Somwijlen vloeit een dun met vleeschwater overeenkomend vocht uit het oog, hetgeen altijd voor vernietiging van het oog doet vreezen. Ontstaat er bloeding uit de oogleden , dan vermindert gewoonlijk de ontsteking. Is dit niet het geval, dan wordt de uitvloeiende 6tof geel, dik en etterachtig. Verspreidt zich de ontsteking ook op het bindvlies van den oogbol, dan nemen hitte , koorts en pijn toe, en men neemt wezenlijke, dikwijls regelmatig terugkeerende koorlsverheff,n,T Waar. Blijft de ziekte op de oogleden beperkt, dan vermindert de slijmafscheiding allengskens. Wordt de oogbol zelf mede aangedaan, dan raakt het hoornvlies ontstoken, verdikt, en begint te zweren (cxv), dc oogappel wordt vernaauwd, de iris neemt deel aan de ziekte, dringt door het hoornvlies te voorschijn en vormt een druifgezwel. Ten laatste valt de geheele oogbol zamen , of er ontstaat een etteroog (Wishart). Gelukkig echter wordt het hoornvlies niet altijd aangetast, inzonderheid dan niet, wanneer niet de oogleden langen tijd gesloten zijn , en dc onder dezelve opgehoopte vloeistof op hetzelve inwerkt. Beproeft men het oo" te openen, dan ziet men duidelijk, met welke kracht het kind de oogleden poogt te sluiten. Men onderscheidt voorts drie tijdperken der ziekte, welke Jel. Henschel(1), naar Benedict, Blepharophthalmia glandulosn, hlennorrhoica en ophthalmia blennorrhoica, of Art. Val. Adalii. ScnoR* (2) Blepharophthalmia glandulosa, Blepharoblennorrhoea en Ophthalmoblennorrhoea noemt. v. Asmon noemt het eerste tijdperk, gedurende hetwelk eene weiachtige stof uit het oog vloeit en men slechts aan het bindvlies van het ooglid eene opspuiting der vaten waarneemt, het stadium der hydrorrhoe, het tweede tijdperk , in hetwelk de uitvloeijing slijmerig wordt, het stadium der phlegmatorrhoe , en het derde, waarin wezenlijke verettering plaats vindt , het stadium der pyorrhoc.

Heeft er beterschap plaats, dan wordt de slijmafscheiding minder, alle ziekelijke verschijnselen nemen af, het kind opent het eerst in de schemering der oogen, en langzamerhand krijgen de oogleden hunne gewone kleur terug.

Naziekten zijn : omstulping der oogleden, eene langdurende epipliora en eene ongewone roodheid van de binnenste oogvlalten; aan den bulbus : atrophie, vergroeijingen der iris met het hoornvlies of met den kapsel van de lens, vormverandering van den oogappel en staphyloma.

(cxv) De ontsteking der coriica , voert Billard aan, is bij hevigeren graad der ophthalmia neonatorum haar meest gewoon gevolg ; derzelver opaciteit , verweeking , verzwering en daaruit ontstaande doorboring kunnen daarvan de uitvloeisels worden. De eerste , die in eene uitzweeting tussehen de platen van het hoornvlies of onder de tunica adnata bestaat, acht ff. het minst bedenkelijk, doordien zij nog al dikwijls verdwijnt, nadat de ontsteking opgeheven is. — Opmerkelijk is dc waarneming van ff., dat er, zonder bewijs van ontsteking, eene verweeking en doorboring van het hoornvlies bij verschillende kinderen plaats vond, nadat dezelve door langdnrig gastro- intestinaallijden in inarasmus vervallen waren. lUagentlie deed dezelfde opmerking bij eenen hond , die door het voeden met enkel suiker in eenen staat van uittering geraakt was. Vert.

(1) De ophthalin. nenatorum. Dissert. Bcrol. 1827. 8.

(2) De opbthalm. recens natonum. Vratislav. 1828. 8.

Sluiten