Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieid liet weder eenen duidelijken invloed op dit ooglijden uitoefenen, daar na lievige onweders de ziekte in het algemeen een kwaadaardig karakter aannam, en kinderen, welke reeds genezen schenen, op nieuw en in eenen meer aanmerkelijken graad door de ziekte werden aangetast. Hetzelfde nam hij waar, wanneer na sterke vorst plotselijk vochtig weder stand van den barometer ontstond. Heevke oppert het vermoeden , dat de oogleden-ontsteking der pasgeborenen het gevolg van eene epidemisch werkende gesteldheid der lucht zijn zoude.

Wat de voorbeschiktheid tot deze ziekte aanbelangt, gelooft Henkk, dat kinderen met een klierachtig gestel het meest aan dezelve zijn blootgesteld. F. P. Waltiier daarentegen is van oordeel, dat niet geheel voldragen en zwakke kinderen, vooral twee- en drielingen , het meest tot de blepharoblennorrhoea voorbeschikt schijnen te zijn, hetgeen intusschen Roux bestrijdt, welke integendeel juist de sterkste kinderen het menigvuldigst en hardnekkigst daaraan wil hebben zien Jijden, v. Ammon maakt opmerkzaam , dat het oog van het pasgeboren kind zich in de eerste weken van het zelfstandig leven buitengewoon snel ontwikkelt, en vindt in de welige groeikracht van dit werktuig of in de zi"tbaré ontwikkeling van hetzelve , de voorbeschiktheid tot deze ontsteking gegeven. Het komt ons echter voor, dat alsdan de ziekte niet in de Meibomiaansche klieren , maar aan den oogbol zeiven beginnen moest, hetgeen infusschen niet liet geval is.

Aanleidende oorzaken bestaan er onderscheidene. De meeste geneesheeren gelooven ten onregte, dat het snelle inwerken van helle lichtstralen na de geboorte op het aan zulke prikkels ongewone oog meestal aan deze kwaal haar ontstaan geeft. Het oog is nog volstrekt zoo gevocligniet voor uitwendige prikkels, waarvan men zich overtuigen kan, wanneer men het. kind spoedig na de geboorte vreemde ligchamen digt bij het oog brengt; het kind sluit dan zelfs het oog niet eens. Fr. Barez houdt de ziekte niet voor eenen gewonen slijmvloed , maar voor eene aandoening van de inwendige, edelsle deelen van den oogbol, te weten van het stelsel der choroidea, waaruit de blennorrhoea als secundair lijden haar ontstaan neeint, en zoekt de hoofdoorzaak van de kwaal in de eene of andere storing in de ontwikkeling, welke het oog door den eersten indruk van het licht ondergaat Anderen zijn van meening, dat het lijden door den witten vloed der moeder veroorzaakt wordt, hetgeen E. F. Lijd. Mercklinghaus (1) den voornaamslen en hoofdzakelijksten van alle schadelijke invloeden noemt, en voorzeker zijn de daardoor ontstane oogontstekingen de hardnekkigste en gevaarlijkste. Aan deze oorzaak schriiven Carron du Val (2), Billard , Fr. Haase , Berends en anderen in de meeste gevallen de schuld toe, en F. Pn. Ritterich beweert ronduit, dat de moeders van al de door hein aan oogontsteking behandelde pasgeborenen door fluor albus waren aangedaan. Onlangs beweert ook Cedersciijöld (3), dat de slijmvloed uit de teeldeelen de meest gewone oorzaak van de ophthalmia neonatorum (cxvii) is. Volgens ons gevoelen ligt

(1) De blepharoblennorrhoea neonaloriim. Diss. Berol. 1826.

(2) Moet dit niet zijn Curro» du t illards (?) Vert.

(5) Swenska I/akarc Siillskapets Nva Handlirigar. Bd. II Sclimidt't

Jahrbüchcr. Bd. XXVII. S. 223.

(cxvn) Dil gevoelen omtrent de menigvuldigheid dier oorzaak wordt niet

Sluiten