Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder verhaalt Ramsbotium (l) een geval, waarin de aorta en de arteiv pulinonalis uit de regter hartekamer ontsprongen , en beide bellten van het hart door eene opening in derzelver tusschenschot gemeenscliap met elkander uitoefenden , het slagaderlijk bloed derhalve zich op den duur met het aderlijk vermengde, en toch geen verschijnsel van blaauwzucht aanwezig was. — Ook J. Cbamfton (2) vond bij eenen 18jarigen niet blaauwzuchtigen , aan carditis na heet rheiwnatismus gestorven man , hetforamen ovale geopend. Dittmar (3) beweert dat men ouder tien gevallen negenmaal den ductus arleriosus Botalli cn slechts eenmaal het foramen ovale open aantreft (cxxv). In andere gevallen zag men, even als Wilson (4), het hart slechts uit eenen boezem en eene hartkamer bestaan, zoo als bij de lagere reptilien (cxxvi), of de aorta met beide hartekamers in onmiddelijk verband staan. Breswiet en Meckel (5) vonden bij een kind van ongeveer zes weken, welks kleur naauwelijks veranderd was , tot hunne groote verbazing het hart enkelvoudig, alle holten van dit werktuig stonden met elkander in verband of vormden veeleer, door het bijna volkomen ontbreken van derzelver tusschenschotten, slechts eene enkele holte In het geval van C. T. dk Gravina ((>) ontstond de aorta uit beide hartekamers. II Landoüzij (7) vond bij een kind van acht jaren, dat aan blaauwzucht gestorven was , beide hartekamers door eene breede opening vereenigd, de regter aanmerkelijk verwijd, de arteria pulmonalis vernaauwd, den ductus arter. Botal'l. echter gesloten. Meijer (8) opende

(1) The London medie»! and phys. Journal. 1829. Jun.

(2) Transaetions of the Association of Fellows and Licentiates of the King's and Queen's College of Physicians in Ireland. Vol. V. 1828.

(3) Hufeland's Journ. der prakt. Heilk. 182ö. Novbr. — Froneps Notizen aus dem Gehiete der Natur- und Heilkunde Bd. XVI. No. 12.

(cxxv) Volgens Aberle, Gintrac en anderen is deze opgave van Dittmer, die dan ook het openblijven van den ductus arter. Botalli als voornaamste bron van de blaauwzucht opgeeft, /-eer onjuist; terwijl buitendien, naar eerstgeiioemden, het openblijven van dit kanaal bijna altijd roei andere gebreken van het hart, en bij voorkeur met vernaauwing of sluiting der arteria pulmonalis gepaard zoude gaan. Gintrac somt wijders 155 gevallen van cyanopathie op, in welke bij 35 het foramen ovale open was.— Hier zij tevens aangestipt, dat er, volgens Canslatt, in plaats van eene groote opening als foramen ovale, soms meerdere kleine aanwezig zijn; de randen zijn gewoonlijk effen, peesachtig, somtijds zelfs calleus hard. De voorbeelden van franjevormige cn oneven randen , waardoor sommigen aan bet voorafgaan van een uleereus proces zouden kunnen denken, behooren tot de zeldzaamheden. Vert.

(4) Keii's Archiv. etc. Bd. IV. p. 448.

(cxxvi) In het geval van Wilton leefde het kind 7 dagen; James Carson nam een dergelijk kikvorschenhart bij een kind waar, dat 8 jaren oud werd. Heim merkte op , dat het hart van een kind, hetwelk 16 jaar bereikte, uit twee boezems en slechts eene kamer bestond. Vert.

(8) Dictionnaire de Méd, en XXI Vol. Art. Cyanose.

(6) Archivio delle scienz. mcd. fisiche. Tosc. 1837. Fase. VI. — Schmidl's Jahrb. Bd. XXIII. S. 209.

(7) Archiv. génér. de Méd. lJaris. 1838. Decb.

(8) Rust's Magazin. Bd. LV. Heft I.

Sluiten