Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

])e valvulaa tricmpidalcs cn mitrales waren dik , kraakbeenachtig en bijna vormloos. Ook zijn er , zoo als opgegeven is , gevallen van blaauwzucht waargenomen, waarin het hart slechls uit eenen boezem en cene kamer bestond , de aorta de Jongslagader afgaf, cn de longaderen in de bovenste bolle ader, of in den boezem inmondden (1).

Weinige geneeskundigen namen de blaauwzucht waar, zonder tevens een hartgebrek te kunnen opsporen. In een geval, hetwelk Elsïsser (2) mededeelt, was de blaauwzucht niet aangeboren, maar vormde zich eerst gedurende het eerste tandvormingstijdperk, en wel gelijktijdig meteenen slependen pemphygusaehtigen huiduitslag aan de voeten. Tot dien tijd was het kind geheel gezond geweest en deszelfs ontwikkeling zeer regelmatig voortgegaan. Nadat het kind aan hevige periodieke aanvallen van asthma gestorven was, vertoonde zich het hart bij de lijkopening buitengewoon groot, doch er was tusschen den regter en linker harteboezem peen punt van gemeenschap te ontdekken , en de plaats van het eironde rat was , zoo als gewoonlijk , door eene groef aangeduid en volkomen gesloten. Van eenen ductus arteiiosus Bolalli was niettegenstaande bet naauwkeurigst onderzoek geen spoor te ontdekken. Zoo nam voorts P. L. Muller (3) de blaauwzucht zonder een hartgebrek bij een löjarig meisje waar , met moeijelijke ademhaling , eene blaauwe kleur van het gezigt, de tong, de lippen, armen en nagels, enkel cn alleen ten gevolge van het achterwege blijven van den stondenvloed; na het te voorschijn komen van dezen verdween dc kwaal, iwee dergelijke gevallen 'beschrijft Meckel ; in het eerste werd bij een meisje van 21 jaren, hetwelk gedurende den stondenvloed natte voeten gekregen had , na eene menigte andere ongemakken de ademhaling beklemd , de handen zwollen op, en de oppervlakte van het ligchaam werd blaauw; men vond echter bij de lijkopening het hart gezond, de longen sterk vergroeid en tot barstens toe met bloed opgevuld. — In een tweede geval ontstond insgelijks na onderdrukten stondenvloed de blaauwe kleur, welke bij iedere beweging van bet ligchaam in hevigheid toenam. Nadat drie jaren later ook deze zieke gestorven was , bleek het, dat de longen insgelijks sterk vergroeid cn de aderen met bloed opgehoopt waren, de linker zijde van het hart was intusschen ook eenigzins verwijd. M. A. Raciborski (4) maakt van verscheidene voorbeelden van blaauwzucht zonder organische hartgebreken gewag , en voegt er bij , dat de kwaal meestal na gemoedsaandoeningen ontstaan was. De meeste zieken van deze soort, waren vrouwen , en de cyanosis scheen altijd ten gevolge van onderdrukten stondenvloed ontstaan te zijn. Ciiojiel , Rostan en Marc konden in de vorming van het hart en der vaten geene oorzaak voor de blaauwzucht vinden , en Billard genas een meisje door de aanwending van de zure koolzure soda in zoo verre, dat de blaauwe kleur zich nog slechts na gemoedsaandoeningen vertoonde. Heïeelder (5) maakt melding van twee gevallen van Cyanosis congenita, waarin geen organisch

(1) Vergelijk Meissner's Forschung des 19. Jahrh. Bd. VI. S. 210 en 212.

(2) Hufeland's Journal. 1828. Novbr. S. 118.

(5) Clir. Fr. Harless, Rhcinisch-westph'alisehe Jahrb. Bd.XlI. St.3. 1826.

(4) Précis pratique et raisonné de diagnostic. Paris. 1857. 8.

(3) Studiën im Gebiete der lleilwissensch. I. Bd. 1838. 8.

Sluiten