Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al eenige teugen genomen heeft , plofselijk schreeuwend weuer los, zonder dat het tot bedaren kan gebragt worden ; het schreeuwen is somtijds zoo hevig, dat het gezigt geheel blaauwaehtig van kleur wordt, en het kind over het geheele ligehaam beeft; de buik is gespannen op het gevoel, men hoort dikwijls een gerommel indenzelven en slechts wanneer een wind geloosd wordt, worden de kleinen vooreenen korten tijd rustig. Deze rust duurt echter gewoonlijk niet lang voort, maar onverwachts begint het kind op nieuw te schreeuwen , draait daarbij het hoofd van de eene zijde naar de andere , voert de handen voor het gezigt heen en weder, en verkeert in eenen angstiger! en pijnlijken toestand, tot dat het met zweet bedekt is , en eindelijk uit vermoeijing inslaapt. Hoe pijnlijk gewoonlijk iedere aanraking van den buik ook is, is echter bij winderigheid eene zachte wrijving van de onderbuik, vooral met verwarmd of berookt flanel , hoogst weldadig; daardoor wordt het loozen der winden zeer begunstigd. De stoffen , welke na zulke pijnen ontlast worden, hebben eene groenachtige kleur en meestal eenen duidelijk zuren reuk.

Zijn de kinderen zeer onrustig ten gevolge der winden, dan schijnt het dezelve altijd tot rust te brengen , wanneer zij op den arm genomen en regtop gehouden worden , terwijl daarentegen de pijnen en onrust van het kind altijd meer toenemen, wanneer zij te bed liggen blijven, terwijl er, wanneer, zoo als dit gewoonlijk het geval 'is , geene hulp verleend wordt, krampen en stuiptrekkingen ontstaan. Iedere kinderoppasster ondervindt al zeer spoedig , dat het liggen deze ongemakken schijnt te vermeerderen en ook den geneesheeren van vroegeren tijd schijnt zulks bekend geweest te zijn; want Rosekstein zeide reeds dat het merkwaardig is, dat een kind , dat aan winden lijdt en niet zuigen wil, de borst zonder bezwaar vat en tot verzadiging toe zuigt, wanneer men het regt op voor de zoogster houdt.

De meest gewone nadeelige gevolgen van dezen toestand zijn, zoo als reeds opgegeven werd, krampen; intusschen hebben meerdere geneeskundigen nog andere ziekten ten gevolge van denzelven zien ontstaan. Zoo verzekert b. v. Tissot, dat men zulke kinderen somwijlen, na aanvallen van snijding in den buik , enkel bloed zag braken; en Badmes leidt bloederigen doorloop van dezelve al; Feiler vreest vooral den overgang in ontsteking der darmen. Niet zelden ontstaan ook , ten gevolge van deze pijnen uit winderigheid en het gelijktijdig schreeuwen, navel- en liesbreuken , wier genezing daardoor tevens de grootste hinderpalen ontmoet.

De oorzaken verschillen; intusschen schijnt meestal de oorzaak der winderigheid of der kolijkpijnen in het darmkanaal te liggen, ofschoon het buiten twijfel is, dat, gemoedsaandoeningen der moeder of deiminne en inzonderheid ook verkouding van het kind , vooral van den buik, dezelve insgelijks kunnen opwekken. Iloe jonger het kind is, des te meer geneigdheid schijnt het voor dergelijke aandoeningen te hebben, daar dezelve het menigvuldigst in de eerste weken van het, leven voorkomen. De meest gewone aanleiding gevende oorzaken schijnen te zijn: terughouding van het meconium, bovenmatige vulling van de maag, het gebruik van ondoelmatige en moeijelijk verteerbare voedingsmiddelen, vooral van meelpap, inzonderheid echter zuur in de maag (cxxxiii).

(cxxxm) Het zuur (soda, ardor ventriculi) is, zoo als bekend is, eens

Sluiten