Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tiitgezet was, en bijna de gcheele linker zijde innam. De inwendige maagvlakte was zwammig, ontstolen, en op onderscheidene plaatsen donker van kleur. De pylorus had het voorkomen van eenen zak, of als het ware van eene tweede maag z< nder verderen uitgang ; slechts de ductuspancreaticus mondde^n den bodem van deze tweede maag in. De lever hing zeer ver naar beneden , en tusschen haar en de maag lagen de met de laatste in volstrekt geene verbinding staande darmen, even als een kluwen ■wormen, le zamengedrukt. — Een geval van de derde soort dezer ziekte waarin enkel uit den aars eene aanhoudende bloeding plaals had, beschreef Cards (1). Het kind slierf en men vond bij de lijkopening de gezamenlijke wanden van den dunnen darm zonder sporen van eigenlijke ontsteking, met bloed gëinfiltreerd.

Een ongenoemd geneesheer (2) zoekt het voorkomen van het bloedbraken bij pasgeborenen zeer eenzijdig daaruit te verklaren, dat hetzelve aan eene eigendommelijke volbloedigheid zoude toe te schrijven zijn, welke tot een zeker evenwigt komen moet, rn dit evenwigt tracht de natuur, wanneer zulks niet bij de geboorte door bloedontlasting uit de navelstreng geschied is, door bloedbraken of melaena daar te stellen. W. J. Sciimitt (3) is geheel van het tegenovergestelde gevoelen, en gelooft volstrekt niet, dat het ontlaste bloed tot de bloedmassa van het kind behoord heeft; maar dat het eerst van builen in de maag van het kind gekomen is, hetgeen vooral ligt bij het zuigen aan ontvelde en bloedende tepels geschieden kan.

Wij hebben wel dikwijls de door Schmitt beschrevene wijze van het bloedbraken bij pasgeboren kinderen waargenomen , en noemen hetzelve met Hesse (4) haemalemesis et melaena spuria , maar mogen niet zoo geheel en al liet bestaan van het wezenlijke bloedbraken ,' hacmatemesis et melaena vera, waarbij het bloed oorspronkelijk uit de maag of het darmkanaal komt, ontkennen , inzonderheid daar reeds meerdere geneeskundigen het hebben waargenomen, wier waarnemingen wij door Hesse verzameld vinden (cixi).

Er beslaan verschillende oorzaken van de melaena seu hacmatemesis spuria , daar de pasgeborenen bij verschillende gelegenheden bloed kun-

(1) Algemeine medicinisehe Annalen 1826. Marz. S. 428.

(2) Archiv, der Medicin , Chirurg, und Pharmacie , von ciner Gesellschaft schweizeriselier Aerzte. Aarau , 1816. 1. Jalirg. 1. Hft. S. 37. Onlangs onder den titel : Sammlung von Erfahrungen u. Beobachtungen in der Medicin , Chirurgie, u. s. w. 1824.

(3) Medicin. Jahrb. des K. K. österreich. Staats. 4 Bd. S. 2.

(4) Algem. medicin. Annalen. 1823. Jun.

(clxi) De lijkschouwingen vooral bewijzen , dat het bloed uit de wanden der maag en der darmen zelve kan voortspruiten. Men vond namelijk in meerdere gevallen eene duidelijk zich voordoende injectie der uitgezette haarvaten op de inwendige vlakte van de maag of van een gedeelte der darmen , ja zelfs in derzelver geheele uitgebreidheid ; deze injectie vertoonde meestal eene donkerroode of blaauwachtige kleur , doch de gewone ontstekingsverschijnselen ontbraken ; wijders waren de geïnjicieerde slijmvliezen met eene dunne laag uitgestort bloed bedekt. — Niet altijd evenwel komt hel hoofdverschijnsel der ziekte gedurende het leven overeen met de plaatselijke kenteekenen van het lijdend deel na den dood ;

Sluiten