Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jien naar liet lioofd blootgesteld zijn, en dat diensvolgens de bij de groote neiging tot woekeringen der huid ontstaande melkkorst misschien een door de natuur beproefd middel is, om aan den overvloed aan sappen eene afleiding te bezorgen. Daardoor wordt tevens verklaard, waarom deze kwaal bijna uilsluitend bij sterke, welgevoede en volsappige kindereh en bij deze ook slechts aan het hoofd voorkomt. Zeer passend vergelijkt derhalve P. Frank de melkkorst met het uitzweeten van harst uit jonge, op vruchtbaren bodem staande boomen. Dat het gezigt meer dan de schedel lijdt, spruit daaruit voort, dat de laatste meer voor de inwerking van lucht, koude, vocht, speeksel, neusslijm enz. beveiligd is, welk alles de huid in het gezigt pleegt te prikkelen, en dat de huid van het aangezigt veel teederder dan die van het hoofd is (clxxiv).

Onderscheidene nieuwere geneesheeren geloofden, even als vroeger Stoll, dat de melkkorst aan het scrophelgif haar ontstaan te danken heeft; dit schijnt echter niet zoo te zijn, daar juist de gezondste kinderen dikwijls , scrophuleuse kinderen echter nooit daardoor worden aangedaan. Meer nabij de waarheid schijnen die geneesheeren te komen, die van eene plaatselijke gebrekkige reproductie, te oude of te vette minnemelk enz. het ontstaan van de crusta lacfect afleiden, Heyfelder zag de melkkorst voornamelijk bij kinderen ontstaan, die door gezonde em krachtige minnen gevoed werden, welke vroeger bij sterkeligchaamsbeweging bijna uitsluitend plantaardig voedsel gebruikten en al»minnen bij eene zittende levenswijze dierlijke spijzen kregen. Niet minder zoude de kwaal bij kinderen voorkomen, wier moeders of minnen zeer hardlijvig zijn, en gewoonlijk telkens eerst na verloop van eenige dagen stoelgang krijgen.

Verschillende omstandigheden schenen voor de aanstekende geaardheid van deze huidziekte te pleiten, omdat niet zelden moeders aan de borst gelijke puistjes kregen , of kinderen door die kwaal werden aangedaan, welke de kleederen van andere aan tinea faciei lijdende kinderen aantrokken enz. Verson nam zelfs waar, dat een kind, dat bij een ander aan de melkkorst lijdend individu te bed gelegd werd, en bij hetzelve sliep, besmet werd. Minder bewijst, dat meerdere kinderen, die door eene en dezelfde min gevoed werden, de melkkorst kregen, want wij kunnen de oorzaak daarvan ook in eene te vette , zware of op eene andere wijze van den gewonen toestand aiwijkende melk vinden. — Daarentegen zijn wij gedwongen, ons tegen het gevoelen van Gapcroiv , dat de melkkorst erfelijk is, omdat namelijk twee kinderen van dezelfde moeder daardoor werden aangedaan , te verklaren, daar eensdeels ons deze omstandigheid niet toereikend schijnt y eene dergelijke bewering te bevestigen , en anderdeels eene verwarring van begrippen hierbij plaats heeft; want wanneer eene moeder twee kinderen op verschillende tijden en met "waterhoofden ter wereld brengt, kunnen wij daarom niet beweren, dat het een erfelijke, maar wel

(clxxiv) IN aar ons inzien bewijzen soortgelijke gronden weinig of niets— de koude zelfs het tegendeel — ten aanzien van de voorkeur der zitplaats op het gelaat ; want dezelfde voorbeschikkende oorzaken bestaan evenzeer voor andere uitslagen , die evenwel niet op het gelaat voorkomen. Tot nog toe zijn ten opzigte van dezen bepaalden zetel gecne voldoende redenen «p te geven. yerU

Sluiten