Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jieiil, waterzucht, ja zelfs de dood. Tortcal deelt onderscheidene gevallen mede, welke het gevaar van eeno snelle onderdrukking van den uitslag door sublimaatwater en loodpraeparaten bewijzen.

Ter genezing dezer huidziekte heeft men verschillende geneesmiddelen voorgesteld , naar mate men zich een verschillend denkbeeld omtrent het wezen der ziekte gevormd had. Gölis (1) behandelde de crusta lactea antiscrophuleus, en schrijft aan de herba tussilaginis groote kracht tegen de ziekte toe. Lodejianh (2) gaf aan de min en het kind kalkwater, en verzekert daardoor de kwaal spoedig en zeker verwijderd te hebben enz. In de meeste gevallen, vooral, wanneer er geene complicalien aanwezig zijn, heeft men daarentegen volstrekt geene inwendige behandeling noodigmaar men bereikt gewoonlijk zijn doel door eene passende dieet der moeder of min, of ook wel van het kind , wanneer dit reeds gespeend was, alsmede door eene goede oppassing. Men regele derhalve de kost der moeder of min, verdunne namelijk hare spijzen, en zorge dat zij niet zonder ligchainelijke beweging blijven. Te oude minnen en diegene , welke reeds langeren lijd te voren gezoogd hebben, bedanke men , daar hare melk niet voor het teeder kind past, verwissele dezelve met jeugdige, sterke personen , en houde eindelijkalle uitwendige prikkels van de huid van het kind , vooral in het gezigt, verwijderd , weshalve voornamelijk voor strenge zindelijkheid moet gezorgd worden. Vervolgens heeft men acht te geven dat. de spijsvertering van het kind behoorlijk plaats hehbe en het kind noch aan zuur of ophooping van stoffen in de eerste wegen , noch aan obstructien enz. lijde , in welk geval men de in de vroegere afdeclingen tegen deze beletselen in de spijsvertering opgegevenc behandeling in toepassing dient te brengen. Voor de moeder of min, wanneer deze aan verstopping lijden, raadt Hetfelder het electuarium lenitivum van tijd tot tijd gegeven, om het lijf open te houden aan, daarbij magere kost en ligchainelijken arbeid.

Bijzonderen naam heeft zich gedurende eene lange reeks van jaren de herba jaceae verworven, en altijd stemde men over het voortreffelijke van dit middel overeen, ofschoon de dagelijksehe ondervinding leerde, dat het volslrekt niets verrigt; in den tcgeriwoordigen tijd eerst, nu Capijroh , Wallicii (3) Wedekinü (4) en anderen de werkdadigheid van dit middel openlijk ontkend hebben, begint men liet 1 angzamerhand te vergeten. Slechts Heyfelder en Tortual (5) nemen hetzelve nog in hunne bescherming niet echter liet gedroogde, maar het op akkers, verzamelde versche kruid. Verson Iraclit de werking van dit middel door het bijvoegen van de stipit. dulcam. te verhoogen, en voorzeker is dit werkzamer. Schkeider (6) wendt het ol. herb. jaceae coct. aan. Büchiioltz

(1) Ilufeland's Journal der pract. Heilkunde. 182!}. April.

(2) Ibid. 1820. November.

(5) Altenburger allg. med. Annalen. 1802. Correspondenzbl. Mai.

(4) Ilufeland's Journ. der prakt. Heilk. 1822. Aug.

(ö) Praktische Beitrage zur Therapie der Kindcrkrankheiten. II. Bd, Munster. 1837. 8. S. 49.

(6) Medicin. Conversalionsbl. herausgegeben von Dr. Hohcubaum u. Dr. Jahn. 1850. Nr. 46,

Sluiten