Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarentegen een uiig. herb. jaceae. Zeer vele geneeskundigen hebben de antimoniaal middelen tegen de crusta lactea gebezigd en roemen derzelver weldadige werking; Jemika (1) deelt 12 waarnemingen mede, welke voor de aanwending van den braakwijnsteen pleiten, en wij hebben ons meermalen in deze en andere slepende huidziekten van den lluxhamschen braak wij n , cenige malen daags 2—3 droppels, met klaarblijkelijk goed gevolg bediend. Lijdt tevens de spijsvertering , dan kan men de tinctur. rhei aquos. met de vin. emeticum verbinden.

Ook is er eene bijzondere uitwendige behandeling voorgesteld geworden , en wel eene dubbele ; in de eerste plaats namelijk , om de korsten los te weeken, waartoe men zich slechts eenvoudig van vet, room, van melk of van omslagen, b. v. van een infus. malvae. bedient; ten andere, om de woekering van den uitslag tegentegaan en den duur van denzelven te verkorten; met dit doel heeft men weder eene groolo menigte middelen aangeprezen. IIenke gelooft dit doel het best door de aanwending van eene zalf uit versche boter, zinkbloemen en opium te bereiken; in de hardnekkigste gevallen schreef hij echter wasschingen uit herh. cicutae, rad. la patin , caryophyllatae en calam. aromatici voor, liet de witte kwikzilverzalf inwrijven, en den uitslag met een afkooksel van llAiraEMAira's zwavellever bestrijken, welk laatste middel ook Wendt roemt (ij), calcariae sulphuratae dr. ij. solv. in decoct. rad. alth. unc. iv). — F. Köhler (2) liet het uit de bladeren van de sedum tclephium dagelijks versch uitgeperst en door linnen gewrongen sap op de korsten strijken, en daar ter plaatseopdroogen; hij zegt daarvan gunstiger gevolgen dan van alle andere geneesmiddelen gezien te hebben. Fisciier (3) verzekert met goed gevolg hel unguent. contra scabien Werldofii ingewreven te hebben. Willam (4) schreef eene zalf uit gelijke deelen ung. cereae en ung. hydrarg. nitrat, voor, en de recensent van Willan's werk (5) liet zinkbloemen in gedestilleerd water oplossen en met linnen doeken om den uitslag slaan. Andere geneesheeren roemen , na het losweeken der korsten, omslagen van kalkwater en melk , het nat maken der vocht afzonderende ^cdeeltenr met aq. phagadenica of met zwak sublimaat water. Reieb (6) beproefde met goed gevolg het inwendig gebruik van het, kreosootwater. Met al deze middelen , welke aangewend geworden zijn, om den uitslag te onderdrukken zij men intusschen zeer voorzigtig , daar men door dezelve veel nadeel kan aanbrengen, en men dezelve alle kan ontberen. Slechts die middelen kunnen zonder schade worden aangewend, die het losmaken der korsten bevorderen. Nadert de melkkorst het oog, dan laat zich voorzeker het betten van de oogstreck met kalkwater verdedigen, oin dit teeder deel voor nadeel te vrijwaren. Is het oog zelf aangetast, dan wendt IIeyfelder inwendig calomel aan. Treedt de kwaal als crusta serpiginosa te voorschijn , dan onderzoeke men naauwkeurig, of eene

(1) Annali universali (li Medicina, compilali dal D. Annib. Omndei, Milano. 1839. Lugl. (2) Casper's Wochenselirift. 1841. Nr. 42,

(5) Uufcland's Journal der prakt. Heilkunde. 1820. Novbr.

(4) Practical trcatise en porrigo. Loudon. 1814.

('J) Salzburger medicinisch chirurg. Zeitung. 1817. Nr. Sii.

(0) Uufcland's Journal. 1831, Jan. Bd. 71. St, 1.

Sluiten