Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorkomen. Onder deze middelen hebben de z i n k b 1 o e m e n (flo■ rea zinci) den groolsten roem verworven, inzonderheid in verbinding met cal om el, hetwelk reeds op zich zelf in vele gevallen toereikend is, om de kwaal te verwijderen. Dil bevestigt b. v.Clarke(I), die het voortreffelijker vindt dan alle andere middelen, enGöus(2) die alle prikkelende en krampstillende middelen afkeurde , en slechls ealomel aanwendde , daar de oorzaak der stuipen , volgens zijn inzien , altijd van plirenitis zoude afhangen. Richard geeft dagelijks 3 maal 1 grein zwavelzure zink in amandelmelk; Brachet en Sieler (3) verbonden het met extr. hyoscyam. Ciiambon (4) ried het alkali volatile met laudanum (gutt. iv—viii) aan ; Ai.iiif.rt (5) de folia anrantiorum; het blaauwzuur Heller (6); het aqua amygdalarum amararum Pitscüafft (7); bet acidum murialicum oxygenatum Kait (8) (dr. ij in syrup. alth. nnc.. ij. M. S. in glazen- porseleinen- of steenenlepels te geven) en ToëL(ö); de kampher (gr. ij in aeth. sulph. dr. ij. droppelsgcwijze alle |—1 uur). Kretschmar (10); het oleumrutae gravcolcntis Meijer Abrahamson (11); de belladonna Sxoll (12) en Allejiahd (13); de fala st. Ignaiii (Tinctur. fab. st. Ignat. gutt. i—iij aq. destillat. unc. ij. Syrup. alth. dr. ij. M. S. alle §—1 uur eenen theelepel vol) Werber (14); het carbonas potassae Wiedemann (15) en de siroop van zwavelpotasch Lesage (16).

Bij idiopatische stuipen schrijft men slechts prikkelverminderende, verzachtende middelen voor, inzonderdeid zaadmelken en slijmige dranken. Bij sympathische stuipen zoeke men de grondoorzaak op en verwijdere dezelve naar hare aanwijzingen. Het spreekt van zelf, dat ontstekingachtige aandoeningen der hersenen bloedontlastingen en eene ontstekingwerendc behandeling in het algemeen vorderen. Na het vatten van koude, na onderdrukte huiduitslagen passen warme baden, zweetdrijvende middelen en ipecacuanha in kleine giften, hetzij alleen met suiker of magnesia, of in verbinding met het extr. hyoscyam.

Vindt de geneesheer bij gezonken levenswerkdadigheid meer opwekkend , krampstillende middelen aangewezen, dan schrijve hij dezelve in kleine en

(1) Sammlung auserlescner Abhdl. zum Gebrauch fiir prakt. Acrzte. 1801. 1. St. S. 11.

(2) Hufeland's Journal. 182li. April. (3) Ibid. 1830. lebr. S. 23. (4) Des maladies des enfans. Paris, an XII. Tom. I.

(8) Elém. de Therapie. Tom. II. p. 114.

(6) Nouv. recherches sur 1'emploi de 1'acid. hydrocyanique dans diHcr. maladies etc. Paris. 1823.

(7) Hufeland's Journal der pract. Heilk. Berlin. 1826. Juni.

(8) Altenburger allgem. medicin. Zeituog. 1808. 4. S. 338.

(9) Horn's Arcbif fiir medicin. Erfahrung. Berl. 1828. (10) Ibid. 1801.

(11) McckeVs neues Archiv. der pract. Arzneiknnde. Bd. I. Leipzig. 1789.

(12) Ratio medendi. Tom. III. p. 406.

(13) Annales cliniques de Mantpellier. Tom. XIV. p. 47.

(14) Dictionnaire abrégé ide Thérapeutique, par A. Szerlccli. Tom. II. i'aris. 1837. p. 326. (13) Hufeland's Journal. Bd. VI. S. 418.

(16) The London medical Itepository. Vol. V. 1826. Mai. I'. V, III. d.

Sluiten