is toegevoegd aan je favorieten.

Bijdrage tot de kennis der heerschende oogziekte in het Nederlandsche leger, en de behandeling er van in het Militaire Hospitaal te Breda van julij 1836 tot julij 1839

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alhoewel deze heerschende oogontsteking, naar de gevoelens van zoo vele ervaren Ophthalmologen , en naar hare verschijnselen , oorzaken, verloop enz., oorspronkelijk meer als eenecatairhale ontsteking van het bedekkende slijmvlies zou voorkomen, die spoedig zoodanig stijgt en toeneemt, dat er niet alleen slijm en etterachtige stofafscheiding plaats heeft, gepaard met ontwikkeling van eene korrelachtige oppervlakte (granulatiën), vooral in de plooijen van het ooglids-bindvlies, maar er vervolgens ware etter afgescheiden wordt; zoo schijnt zij, mijns inziens, tevens eene eigenaardige strekking te hebben, verbonden met eene neiging tot algemeene vernietiging en ontaarding der zamenstellende, en meer diep gelegen weefsels des oogbals, door de sympathische en consecutive aandoeningen van de andere, meer belangrijke weefsels dan het ooglidsbindvlies (conjunctiva palpebralis) zelf; wij hellen er thans met eenige latere Schrijvers toe over, om deze heerschende oogontsteking als een ligteren graad en gewijzigden toestand van de vroeger geheerscht hebbende ophthalmia Aegyptiaca te

moeten beschouwen.

De meeningen betrekkelijk de voortplanting en den al of niet besmettelijken aard dezer oogontsteking waren lang, en zijn nog verdeeld. Eenige Artsen beschouwen haar alleen catarrhaal