Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen, daar tevens de tranenvloed en lichtschuwheid bijna niet meer bestonden; de beide oogen werden voor de 3. maal ligt en oppervlakkig getoucheerd, waarna dan ook langzamerhand de beterschap volgde, daar ligte granulatiën op het slijmvlies der onderste oogleden waren nagebleven, die door bestrijkingen met eene solutio lapid. infern., bij middel van een teekenpenseel, binnen weinige dagen geheel waren opgelost, met het gevolg, dat hij in het begin der maand Junij 1838 reconvalescent was, en reeds den 11. Junij het Hospitaal geheel hersteld verliet. — Dezen lijder is den 3. dag der behandeling eene ruime aderlating aan den voet gedaan, en tevens door verkoelende laxantia op het darmkanaal gerevulseerd; plaatselijke bloedontlastingen zijn niet geappliceerd.

15ac Waarneming.

De jager Jan Everls, oud 22 jaren, dienende bij de 4. K.omp. van het 2. Bat. Jagers, van een bilieus-sanguinisch temperament, en vrij sterke ligchaamsgesteldheid, waarin geene sporen van eenigerhande cachexie waren te vinden, werd den 6. Maart 1839 uit Groot-Zundert naar ons Hospitaal opgezonden, met eene purulente Ophthalmie aan beide oogen; hij had reeds

Sluiten