Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de beschouwing van deze ziekten , bevindt zich de geneeskunde in hetzelfde geval, als de physica bij de beschouwing van het licht, de warmte, de electriciteitzij bepaalt de verschijnselen , zonder ze te kunnen verklaren.

Het is nuttig, werkingen of verschijnselen te leeren Kennen, het is echter nog nuttiger, de oorzaak van dezélve optesporen; want slechts op die wijze gaan onze beschouwingen uit van een vast, onwrikbaar punt krijgen eene zekere rigting, en eene onmiskenbaar praktische waarde. r

De physica weet het een en ander van de electriciteit verreweg meer echter van de dampkringslucht , omdat m het laatste geval een stoffelijk iets het onderwerp van hare beschouwingen uitmaakt. De geneeskunde weet het een en ander van de zenuwziekten , zij weet echter verreweg meer van de longontsteking, omdat zij het ziektevoortbrengsel van dezelve kent, en dus een zeker punt heeft van waar hare beschouwingen uitgaan.

Dat gedeelte der geneeskunde , hetwelk de betrekkin^ in welke het ziektevoortbrengsel tot de levende bewerktuiging staat , of de vormen waaronder het zich naar buiten openbaart, tot onderwerp van deszelfs beschouwingen maakt, is de klinische ziektekunde, korter kliniek genoemd.

De geneeskunde als natuur-wetenschap beschouwd, bestaat diensvolgens , uit de natuurkundige geschiedenis , de physica , en uit de leer van de vormverandering van het ziektevoortbrengsel. Ieder verschijnsel ontstaat uit het ziektevoortbrengsel, of ziekteindividu. De kliniek isderhalve a,tijd de leer van de vormveranderingen van het ziektevoortbrengsel al is ook de ziektekundige ontleedkunde niet in staat hetzelve aan te toonen.

In welken zamenhang deze drie takken der geneeskunde met elkander staan , volgt uit het hierboven gezegde.

De ziektekundige ontleedkunde stelt het ziektevoortbrengsel naar deszelfs natuur-geschiedkundige eigenschappen

oor de ziektekundige natuurkunde beschouwt de werktuigelijke en scheikundige verhoudingen van hetzelve ,

Sluiten