Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovenmatige voeding van de watervaatsklieren , niet op opeenhooping van gelijkaardige bestanddeelen, op den overgang in volkomen cellen , op eene nieuwe vorming, maar op de infiltratie van een vreemdaardi» voor eene hoogere bewerktuiging volstrekt niet vatbaar plasma in het weefsel van de watervaatsklieren. Juist omdat het in het klierweefsel geinfiltreerde plasma Toor geene hoogere ontwikkeling vatbaar is, wordt het niet opgenomen , wordt het nimmer een wezenlijk bestanddeel van de watervaatsklieren , maar gaat dikwijls tot de vorming van etterligchaampjes over, en heeft verweeking, verettering, versterf en tering van de watervaatsklier ten gevolge , of het geeft aanleiding tot versteening , verharding, altijd echter tot vernietiging nooit tot vermeerdering van het weefsel der watervaatsklier. Datgene, hetwelk bij de scrophulosis uitzondering en einduitgang is, ettering en vernietiging van het weefsel' der watervaatskher, is bij de tuberculosis der watervaatsklieren regel en begin.

Bij de scrophulosis is er volstrekt geen gebrek aan bewerktuigde stoffen in het bloed ; dezelve zijn veeleer in eene grootere hoeveelheid aanwezig, dan voor de voedin<* noodig is. De haarvaten , het parenchyma van de huid en hare weefsels zijn dus met stolbare lymphe opgevuld. Er ontwikkelt zich overvoeding der watervaatsklieren of scrophulosis , omdat er een overschot aan stolbare stoffen bestaat en door de overvoeding wordt aan het slagaderlijke bloed mets noodwendigs , maar slechts iets "overvloedigs onttrokken. Het bloed wordt derhalve bij de scrophulosis met armer aan proteïne-bestanddeelen, maarten opzigte van dezelve in evenwigt gebragt Bij de tuberculosis der watervaatsklieren vindt men nergens een overschot aan stolbare stoffen in het bloed ; noch de haarvaten , noch de verschillende weefsels zijn daarmede overvuld Niet daarom ontstaat er infiltratie in het weelsel der watervaatsklieren , omdat het bloed eene te groote hoeveelheid , maar omdat het een vreemdaardia plasma bevat , omdat hoogstwaarschijnlijk de in hetzelve rondgevoerde eiwitstof zich niet in eene toereikende hoe-

Sluiten