Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haard ; deszelfs ontwikkeling zal zich dan eerst door apoplectische verschijnselen kenbaar maken , wanneer aan denzelven eene aanmerkelijke hyperaemie is voorafoegaan , hetgeen intusschen , zoo als later uit de patho^enetische eigendommelijkheden der hersenbloeding blijken zal , niet altijd het geval is.

Ook bij de vierde wijze van ontstaan van den apoplectischen haard kan langen tijd hersenbloeding bestaan , voor dat zij zich als beroerte te kennen geeft, d. i. door drukking en beleediging der hersenen , bewusteloosheid en verlammingen voortbrengt. Daaruit verklaren wij de dikwijls langdurige voorboden van de beroerte, den vollen , harden , sterken , slechts matig versnelden pols , welke dikwijls aan eenen aanval van beroerte voorafgaat, doch wezenlijk het gevolg van eene reeds bestaande beroerte is , de mogelijkheid , door aderlatingen eene grootere hersenbloeding te voorkomen en den aanval van beroerte tegen te gaan , het vinden van apoplectische haarden en kysten in lijken , in welke bij het leven geene verschijnselen van beroerte werden waargenomen.

.De tweede en derde wijze van ontstaan brengt eene veel te groote zwelling, eene veel te sterke drukking en eene veel te aanmerkelijke beleediging van de hersenzelfstandigheid te weeg, om niet snel, ja dikwijls zells met de snelheid des bliksems den aanval van beroerte , d. i. nederstorlen , bewusteloosheid , verlammingen , snorkende ademhaling , enz. voort te brengen.

De apoplectische haard komt het menigvuldigst in de groote hersenen voor, zeldzamer in de kleine, nog zeldzamer in de pons en slechts bij uitzondering in de vierdubbele ligchamen , in den pedunculus, in de medulla oblongata , bijna nooit in het corpus callosum , de fornix , den ammonshoorn, enz.

In de groote hersenen zelve zijn het bovenal de beddingen der gezigtszenuwen , de gestreepte ligchamen en de graauwe zelfstandigheid der windingen , in welke de apoplectische haard zijnen zetel vestigt. Van de beddingen der gezigtszenuwen en de gestreepte ligchamen breidt zich dezelve naar het mergachtige gedeelte der halfronden

Sluiten