Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatstrekken zonder uitdrukking en de houding van den romp nalatig, de gang minder vast en zeker. Hoofdpijn , duizeling , oorsuizen , flikkeren voor de oogen , vliegende pijnen , koude , stijfheid , doof zijn der ledematen , kwellen den lijder nu eens aanhoudend, dan weder bij tusschenpozingen.

Al deze verschijnselen zijn het gevolg van eenen kleinen apopleclischen haard , en gaan , daar eene hersenbloeding zeer dikwijls eene tweede ten gevolge heeft , zeer dikwijls aan eenen aanval van beroerte vooraf. Zij worden daarom met des te meer zekerheid als de voorboden van eenen aanval van beroerte beschouwd , daar de eerste aanval, door welke zij op eene secundaire wijze werden voortgebragt , juist uit hoofde van den geringen omvang van den apoplectischen haard, dikwijls voorbijging zonder eenig spoor na te laten en geheel onopgemerkt gebleven of ten minste als niets belangrijks beschouwd geworden is.

Wij leiden dus van de kleine apoplectische haarden , welke dikwijls jaren en maanden lang aan eene beroerte voorafgaan , de voorboden af, en zullen op dit onderwerp nog later terugkomen.

Het aantal van apoplectische haarden verschilt zeer , gewoonlijk is er slechts een , zelden zijn er onderscheidene op zich zelve staande, meestal echter te gelijk met eenen grooten aanwezig.

Onderscheidene op zich zelve staande apoplectische haarden zijn gewoonlijk klein , van de grootle van eene maanzaad- , gierst- of hennipkorrel. Zij zullen dus dezelfde gevolgen hebben als de kleine haarden, en slechts de aan dezelve voorafgaande hyperaemie kan drukking en verschijnselen van beroerte voortbrengen.

Hierbij valt echter optemerken , dat dikwijls onderscheidene kleine apoplectische haarden tot eenen grooteren of tot eenen grooten zamenvloeijen. Op deze wijze kan het geschieden , dat voorboden of lig te verschijnselen van beroerte, zoo als duizeligheid , hoofdpijn, verdooving, halfzijdige verlamming van den mondhoek , de tong* stamelende spraak , zwakte , doofheid der ledematen , inzonderheid van den arm , dagen lang voorafgaan , voordat het tot eene hoogere ontwikkeling van den apoplec-

Sluiten