Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De pseudoplasmata van de eerste soort zijn , daar zij ■volstrekt niet of slechts hoogst onbeduidend in omvang toenemen, grootendeels onschadelijk. Behalve dus, dat zij hun beslaan ter naauwernood ooit door storingen in de verrigtingen zullen te .kennen geven , zijn zij des te minder voor vloeibaar worden eri opslorping vatbaar, daar zij meestal in geene levendige verbinding met de bloedbaan staan, en als doode minerale massa's liggen blijven. De eenmaal gevormde been- of aardachtige massa is in de bloedwei niet oplosbaar en een ander menstruum dan dit , kan haar niet worden toegevoerd. Men kan zich derhalve volstrekt niet voorstellen , dat zulke pseudoplasmata , bij al het streven van de specifieke geneeswijze, vloeibaar en opgeslorpt zouden worden.

De tuberkel bezit, zoo als bekend is, eene niet te onderdrukken neiging tot verweeking en ettervorming, zonder twijfel uit dien hoofde , omdat dezelve volstrekt niet of hoogst onvolkomen bewerktuigd , en daarbij week , en dus niet in staat is, zijne organische vastheid te behouden , maar zeer spoedig in de vorming teruggaat.

Om den tuberkel voor verweeking en de daardoor voortgebragte vernietigende werking op de hersenen te beschutten, zou het noodig zijn, denzelven of tot eene steenachtige verharding te doen overgaan, en daardoor minder schadelijk te maken , of tot eenen hoogeren trap van ontwikkeling te brengen , opdat hij zich langer zou kunnen staande houden. Welke zijn echter de middelen , die den tuberkel door het onttrekken van de bloedwei of door het toevoeren van kalkzouten uitdroogen , of nieuwe vaten in denzelven voortbrengen en hem in een hooger bewerktuigd weefsel doen overgaan ? En gesteld , wij zouden eenmaal het onmogelijke bereiken en zoodanige middelen vinden , is daarmede de tuberkel opgeslorpt, weggerukt uit de sfeer van de zieke bewerktuiging, geheel onschadelijk gemaakt?

De pseudoplasmata van de derde soort zijn voor geene onmiddellijke opslorping vatbaar, omdat zij uit een hooger ontwikkeld blastema bestaan, hetwelk in kleine korrel-

Sluiten