Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in ieder gedeelte van de hersenen voorkomen. Het menigvuldigst vindt men denzelven in de groote , dikwijls in de kleine hersenen , zelden in den pons , zeer zelden in het verlengde merg; doorgaans zetelt hij in de graauwe zelfstandigheid of in de nabijheid van hare ophoopingen , aan de peripherie van de groote hersenen, of in de beddingen der gezigtszenuwen en gestreepte ligchamen.

De peripherische hersentuberkel verdringt of breekt bij aanzienlijke grootte zeer dikwijls door de graauwe zelfstandigheid heen , zet zich in het weefsel van het zachte vaatvlies neder, en hecht zich, terwijl hij eene ontsteking opwekt , somwijlen aan de binnenvlakte van het harde hersenvlies vast.

De hersentuberkel vormt eene gele , geelgroene , spekkig-kaasachtige, vaste, brooze massa, welke gewoonlijk door eene aanmerkelijke laag van eene bleekroode , met vaatvertakkingen gevulde , wederstandbiedende zelfstandigheid omgeven is. Om deze laag heen vindt men een hoogst teeder , geleiachtig bindweefsel, door middel van hetwelk de tuberkel met de hem omringende hersenzelfstandigheid zamenhangt. In deze laag zelve , welke overigens door eene matige reactive ontsteking is voortgebra°gt, vindt men graauwe of graauwachtig-gole, kleinere tuberkels, welke zich later met den centralen tuberkel vereenigen.

De hersentuberkel wordt oorspronkelijk als eene graauwe, doorschijnende , korrelige stof uilgescheiden ; deze gaat echter zeer spoedig in den gelen , kaasachtigen tubeikel over.

Uit deze ontleedkundige eigenschappen van den hersentuberkel moet zijne klinische vorm worden afgeleid.

De hersentuberkel is een op zich zelf staand pseudoplasma , oorspronkelijk van eenen zeer geringen omvang, misschien slechts van de grootte van eene gierst- oi hennipkorrel , hetwelk eerst later door aantrekking van gelijkaardige deelen uit het bloed, door tuberculeuse infiltratie in den naasten omtrek en vereeniging met denzelven langzamerhand groeit. Hij is derhalve des te minder in staat door zijne werktuigelijke eigendomme-

Sluiten