Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tendo Achillis volgens dieffenbach altijd verslapt, zoodat het, zegt hij , onbegrijpelijk is, hoe nog in den nieuwen tijd , vele heelkundigen bij den platvoet deze pees doorsnijden , vermits slechts in het zelden voorkomend geval, waar de voet in diezelfde mate naar buiten getrokken wordt (de hoogste graad van Vulgus), in welke bij den hoogsten graad van pes Varus dezelve en de voetzool naar binnen zijn gekeerd, de tendo Achillis gespannen zoude kunnen zijn en dien overeenkomstig moeten worden doorgesneden; hij bedoelt hier echter wederom den Valgus en niet den Plantipes.

§ 17.

Ik moet bekennen, dat het mij bevreemd bij stromeijer , nademaal hij toch de opmerking van bet menigvuldig en erfelijk voorkomen des platvoets bij de Joden gemaakt heeft (58), volstrekt geene oordeelvelling over de vermoedelijke oorzaak van dit verschijnsel te vinden. Mijns bedunkens, is het eerste welligt nog de typus van vroegere geslachten, naardien het maaksel van de voeten door het verdwijnen van de concaviteit bij dezelve was ingerigt om den moeijelijken gang in het heete zand van de Oostersche landen te bevorderen en te verligten, even als zich bij den kameel (het schip der zandwoestijn) een met eene dikke huid bekleedde vleeschklomp, tol hetzelfde doeleinde bevindt (59). Daar wij bovendien

(58) t. a. pl. p. ioo.— Vergl. chelius, t. a. pl. § 6oi. (5g) Eene soortgelijke organisatie van den voet vertoonen de muilezels van Andalusië en Aranjuëz (Men zie het Onsten en liet Westen, uit het Hoogd. door stef.nbekgf.n van goor , 1)1. III.).

Sluiten