Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deu hialus of het intermedium tusschen beide doorkliefde peeseinden steeds met een op eene opvallende wijze begrensd bloedextravasaat opgevuld; na de hereeniging lieten de beide peeseinden, zich hard, eenigermate omvangrijk , verheven en als het ware kraakbeenachtig aanvoelen, waardoor dezelve zich trouwens genoegzaam van de nieuw gevormde tusscbenzelfstandigheid onderscheidden. — Wel beweert bouvier slechts in een enkel geval eenig bloed in de peesschede te hebben aangetroffen , doch volgens pirogoff hangt dit bloedextravasaat alleen af van de wijze, waarop men de pees heeft doorgesneden. — Niettegenstaande deze argumenten van bouvier en de verklaring van velpeau , dat de bloederige of lymphatische uitzweeting tusschen de doorgekliefde peeseinden slechts als een toevallig verschijnsel moet worden aangemerkt, houd ik (als door de ervaring toegelicht) dit extravasaat voor de cardo rei tot hereeniging van den doorgesneden tendo. — Of de middenstof in vervolg van tijd kleiner van omvang wordt of zamenkrimpt, valt wel eenigermate te betwijfelen.

§ 37.

Na dit alles is het mij onverklaarbaar, hoe stromeijer (98) eene zoo geringe waarde aan deze interstitieele stof hechten kan. Hij toch schrijft de verlenging der verkorte spier alleen toe aan hare vérminderde irritabiliteit of spanning, voortgebragt door de Tenotomie, omdat volgens zyn oordeel, de verkrommingen altijd gebreken van eenen dynamischen

(98) t. a. pl, p. 14 enz.

Sluiten