Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lerwijl eindelijk bij den vijfden graad de lijder op den rug des voets gaat, en de voetzool naar boven gekeerd is en eene onnatuurlijke holte vertoont, die door de zamentrekking van de tihiales veroorzaakt wordt; de groote teen is zeer hoog opgetrokken, de calcaneus geheel naar binnen en boven afgeweken, zoodat de patiënt niet op dezen , maar op den attragalus tr eedt, de extensores zijn ter zijde der fiexores verplaatst en ondersteunen ze in hunne werking, terwijl de geheele voet eenen dikken , geweldig misvormden klomp vertoont, die eene groote belemmering in het gaan te weeg brengt.— Ook bij den pes Valgus laten zich vijf graden aannemen. Bij den eersten bezit de voet slechts eeno geringe neiging om op den binnenrand te gaan; bij den tweeden, treedt het voorwerp alleen op met den binnenrand des voets en de buitenrand verheft zich van den grond. In den derden graad is de concaviteit van den voet geheel verdwenen, de zool is vlak en de rug van den voet heeft zijne convexiteit verloren. In den volgenden graad, te weten den vierden, heeft de zool zelfs eene bijna bolle gedaante, terwijl de rug van den voet bijna geheel vlak is. In den vijfden graad eindelijk is de voetzool volkomen convex; de hiel staat zeer laag en is geheel naar beneden gedrukt, de beide randen van den voet en de teenen zijn opgetrokken, de spits van den voet verheft zich en is naar het been omgeslagen , het os calcaneum staat in plaats van horizontaal of schuinsch , bijna perpendiculair onder het scheenbeen. Het is deze toestand, welken men ook Talipes calcaneus (§16 noot 56, p. 55) noemt, omdat de zwaarte van het ligchaam hoofdzakelijk door de hiel gedragen wordt. Hij is derhalve juist tegen-

Sluiten