Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringende deelcn van de medulla spiiialis (Sjjüudijtarthrocace) haren oorsprong ontleend hebben , het f'errum candent, tot welks aanwending de lijders echter dikwerf niet te bewegen zijn, eene aanmerkelijke beterschap belooft. Slechts een enkel geval, door mij dezer dagen waargenomen , moge hier eene plaats vinden. Bij eene vrouw te S., 30 jaren oud, van een plethorisch gestel, openbaarde zich voor eenige maanden na eenen val van de trappen, pijn in den nek en den rug, waarop zich langzamerhand eene zijdelingsche kromming, schoon in eenen geringen graad ontwikkelde, welke vrij zeker, blijkens de anamnesis, het gevolg eener ontstekingachtige aandoening van het ruggemerg of van de naburige deelen was. De longissimut dortti en de angularis scapulae waren zamengetrokken, de antagonistische spieren in die zelfde mate gerelaxeerd. Bovendien verkeerden de flexores der hand in eenen paralvtischen toestand, en de overwegende werking der uilstrekkers hield de hand in het carpusgewricht geheel achterwaarts getrokken. De menses waren reeds sedert twee maanden uitgebleven, doch in weerwil hiervan liet de algemeene gezondheidstoestand niets te wenschen over. Toen de patiënte mij nu om raad vroeg, was de verlamming blijkbaar reeds te ver gevorderd om hier de applicatie van bloedzuigers of andere antiphlogisliscbe middelen nog voor aangewezen te houden. Diensvolgens verordende ik geestige wasschingen en eene seton, op drie duimen afstand van den derden ruggewervel, welke door ungt. Mezerei en tinct. Cantharid. in ettering werd gehouden. Hiervan zag ik echter geringe werking. Daar de lijderes buiten de stad woonde, stelde ik haren geneesheer te S. de aanwending van het brand-

Sluiten