Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorzaak van de reactie waren, maar dat bacteriën-extracten en verschillende proteinen dezelfde werking zouden hebben en dat dus de bacterio-therapie, niet anders dan als proteino-therapie op te vatten zou zijn.

Dit bracht Von Groer (17) er toe, om met zijn „typhin", waarvan hij de samenstelling niet bekend maakte, maar waarvan men weet, dat het bestaat uit oplosbare eiwitstoffen van den typhus-bacil m. a. w. splitsingsproducten, te beproeven een in milligrammen doseerbaar praeparaat te maken, om aldus niet gebonden te zijn aan de vaccins, waarvan de kwantiteit aan typhuslichamen niet nauwkeurig te bepalen was.

Met dit praeparaat kreeg hij gelijksoortige reacties bij typhus-patiënten als door Kraus en Petrusciiicy reeds waren beschreven bij de aanwending van typhusvaccins. Maar zijn doel: een doseerbaar injectie-praeparaat te maken, waarvan de graad van reactie eenigszins berekenbaar zou zijn, heeft hij niet bereikt. Hij verzuimde te overwegen, dat er behalve met de reactie ook nog met de eigenaardigheden van den patiënt rekening te houden viel, dus met een individueelen factor.

Die individueele factor van den patiënt kon hij niet analyseeren.

Von Groer meent, dat de genezing van zijn typhuspatiënten door de injectie's van „typhin", niet bereikt wordt door een stereliseeren van het organisme, noch door een actieve immuniseering.

De oplossing van dit vraagstuk zou volgens hem gelegen zijn in het feit, dat de som van de verschijnselen van een infectie-ziekte bestaat uit de werking van pathogene-verwekkers en de reacties hierop van het organisme; een doelmatige therapie moet beoogen: hetzij de microorganismen of hun produkten te vernietigen, hetzij het organisme in een staat te brengen van ophouden te reageeren.

Sluiten