Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de opvatting, dat de eiwitsplitsing een cellulair proces is, waarvan het cardinale punt gelegen is in het feit, dat slechts dan de splitsingsproducten tot z.g. toxische reacties aanleiding kunnen geven, wanneer ze in abnorme hoeveelheid door het organisme circuleeren, openen de mogelijkheid voor de opvatting, dat, gezien de overeenkomst in reacties bij proteino- en chemo-therapie, de reacties bij deze laatste zouden berusten op verval van soorteigen eiwit, als gevolg van beschadiging van cellen door het ingespoten materiaal, naast de beschadiging van bacteriën met het vrij komen van bacteriën-eiwit-splitsingsproducten.

Volgens Weiciiardt en Sciiitteniielm is het dus verre van onverschillig, welk eiwitpraeparaat bij proteinotherapie zal worden ingespoten, m. n. welke de bouwsteenen zijn, waarin het bij parenteralen afbraak wordt gesplitst.

Zooals boven reeds werd uiteen gezet, ziet Weiciiardt in de veranderingen in lichaamstemperatuur, leucocyten, stikstofuitscheiding enz., uitingen van een vermeerderde praestatie van het organisme.

Hij vat deze vermeerderde praestatie samen onder het woord: „Allgemeine Leistungssteigerung durch Protoplasma-aktivierung". Hij heeft deze „Leistungssteigerung" nog op andere wijze nagegaan, hoewel het zeer moeilijk was een indicator te vinden.

Het beste resultaat verkreeg hij nog met de gastrocnemius-contractie-curve van een muis, bij bepaalden stand van de electroden en bij bepaalde stroomsterkte. Hij zag den uitslag grooter worden, na een injectie van albumosen bevattende oplossingen.

Zoo ook gaven kikkerharten een grooteren uitslag op het kymographion, wanneer ze doorspoeld werden met een albumosen bevattende rmger-oplossing, dan wanneer ze alleen een ringer-oplossing toegevoerd kregen.

Sluiten