Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bier brengt de proteino-therapie onderin de „Reiztherapie", en heeft naast de algemeene reactie, die ingespoten eiwit kan verwekken, het oog op den prikkel, dien het ingespoten proteine kan uitoefenen op een localen ontstekingshaard, welke haard na verhooging van zijn werkzaamheid in genezing kan overgaan.

Weichardt pleit op grond van zijn proeven op dieren voor de verschillen in werking van de verschillende proteinen,waarvan er vele zijn die allerminst „leistungssteigernd" werken, zoodat het voor therapeutisch doel, wel degelijk verschil zal maken welk praeparaat gebruikt wordt.

Geen twijfel is mogelijk, dat deze laatste wijze van bezien van eiwit-therapie de voorkeur verdient; maar in aanmerking dient te worden genomen dat de werking van een bepaald eiwitmolecuul op een gezond proefdier, nog een andere kan zijn, dan die op den zieken mensch.

Bier en Weichardt staan hier tegenover elkaar als de experimentator op zieke menschen staat tegenover den experimentator op gezonde proefdieren. Weichardt spreekt niet over haard-reactie; ziet alleen de omnicellulaire werking van eiwitlichamen, met onder omstandigheden: „Leistungssteigerung". Bier let in hoofdzaak op de haardreactie; het is de haard, dien hij wil prikkelen. Deze haard is gevoelig voor prikkels van den meest uiteenloopenden aard; en niet alleen voor een eiwitmolecuul van bepaalde samenstelling.

Wat kan uit beide theorieën besloten worden ten opzichte van de „prikkel-therapie"?

Allereerst dat, wil men met eiwitlichamen prikkelen (leistungssteigernd), dan de meest eenvoudige en zuivere eiwitten de voorkeur verdienen, wil men tot een juist oordeel komen over hun werking en daarmee over hun al of niet therapeutisch vermogen.

De eiwit-chemie is nog niet in het stadium, dat zij aanwij-

Sluiten