Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar patiënte heen verwezen zou zijn, nadat door den huismedicus bij maagonderzoek met de sonde, bloederige maaginhoud verkregen zou zijn.

Bij opname slechte voedingstoestand, infantiel gebouwde vrouw met lengte van 1.40 M., gewicht 36,5 K.G.

pols 72, regulair en aequaal.

lichaamstemperatuur niet verhoogd.

bij physisch onderzoek geen afwijkingen, behalve een misvorming door kyphoscoliosis dorsalis.

in de urine geen afwijkingen,

de ontlasting was teerzwart van kleur, benzidine sterk pos. Bloedonderzoek: Hgl. 43 (Sahli) erythroc. 2.970.000 kleurindex I leucocyten 6700.

op 200 witte cellen:

jong-

staafk staafk- segmentk. neutroph. lymphoc. eosinoph. monoc. 0% li % 62J% 64% 33% i% 24%

in het roode bloedbeeld: geringe aniso- en poikyloc.; enkele gepuncteerde erythroc. en Jolly lichaampjes. Op 200 witte cellen werd één normoblast geteld.

Röntgenologisch: (Dr. Arisz) ulcus in de taille van de maag, nisje aan de kleine curvatuur, waarheen de mucosa-plooien stervormig vertrokken zijn. Groote curvatuur ingetrokken, iets onder het nisje, waardoor twee zakken gevormd worden met smallen verbindingsgang. Bulbus rustig.

Verloop: patiënte ondergaat een „strenge" kuur en wel: eerste twee dagen 6 maal 300 cc. water rectaal, daarna dagelijks 16 maal 10 cc. melk, 5 cc. room en 5 cc. kalkwater, daarbij dagelijks met 10 cc. melk per keer stijgend tot 100 cc., en met kalkwater tot 50 cc.

Na 15 dagen aanvulling met stijgende hoeveelheden pap, van 2 lepels tot 2 borden; drie weken later geringe hoeveelheden puree van aardappelen en groenten, in langzaam stijgende hoeveelheid.

In aansluiting aan deze kuur werd nadat subjectieve klachten verdwenen waren, en het bloed uit de faeces verdwenen was, een behandeling met yatreen 4 % begonnen en wel in regelmatige intervallen van 3 dagen werden pat. subcutaan geïnjicieerd: 4—IJ—1—14—2—24—3—4 cc.

Sluiten