Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloedonderzoek: Hgl (Sahli) 67 Erythroc. 3.790.000 index 1, leuc 12.100

staafk staafk. segmentk. neutroph. lymphoc. eosinoph. monoc.

2% 57% 59% 25% % 13£%

geen tox.gran.

Reactie van Wassermann en Meinicke neg.

De behandeling bestond uit van stonde af aan gedurende twee weken 6 Gram aspirine daags, waarmee bereikt werd, dat patiënt in zes dagen een temperatuurverloop had, dat slechts met 0,2°—0,3° schommelde boven 37.2°. Een daling onder de 37° werd niet bereikt.

Na zes dagen zijn volgens aangifte de pijnen in de gewrichten sterk verminderd. Alleen rond de enkels bestaat nog spontane pijn, in de knieën waarin, blijkens duidelijk ballottement van de patella, vocht aanwezig is, bestaat evenals in de polsen, nog drukpijnlijkheid.

In de volgende week wordt geleidelijk de aspirine-dosis verminderd, zoodat na ongeveer drie weken patiënt zonder aspirine is. De temperatuur blijft dezelfde.

Als patiënt zonder aspirine is, heeft hij pijn in linker knie, en linker enkel. De polsen zijn niet meer pijnlijk.

Vanaf dat moment wordt begonnen met yatreen 4 %. Eerst J cc. De pijnlijkheid verandert niet noemenswaard.

In den tijd van drie weken krijgt patiënt achtereenvolgens: 1—IJ—2—3—3 cc yatreen 4 % subcutaan geïnjicieerd.

In het verloop van deze behandeling is patiënt zijn klachten kwijt geraakt en kreeg hij een normaal temperatuurverloop. De gewrichten, behalve de kniegewrichten, maakten geen opgezetten indruk meer. In de knieën is beiderzijds gering ballottement van de patella gebleven.

Geen enkel maal werd in aansluiting aan de injectie geklaagd over sterk vermeerderde pijnlijkheid, geen enkel maal werd een invloed op het temperatuurverloop geconstateerd.

Ik kreeg den indruk, dat in deze vier gevallen hetzelfde succes ook zonder injecties bereikt zou zijn.

Van bijzondere therapeutische waarde is het yatreen niet geweest.

Sluiten