Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

typisch verloop in de sputum-curve werd hier pas waargenomen, toen (nadat yatreen geen merkbaren invloed had uitgeoefend), begonnen werd met yatreen-caseïne (schwach) inspuitingen. De hoeveelheid sputum steeg van 40 cc per 24 uur, op 80 cc per 24 uur, en na drie dagen gaf patiënt niets meer op. Bij ontslag werden nog crepitaties in beide onderkwabben gehoord; zoodat we niet van een genezing kunnen spreken; een verbetering werd bereikt.

De volgende drie ziektegevallen vat ik samen op grond van hun onderlinge overeenkomst. Zij betroffen z.g. chronische bronchitis bij oude menschen, respect. 74, 71 en 70 jaar, en die al minstens 6 jaar hoestende zouden zijn. Voor tuberculose werd in de familie en in het sputum geen aanknoopingspunt gevonden.

Alle drie kwamen binnen mettemperatuurverhoogingtot 38°, of hooger, slappen pols en maakten een zieken indruk.

De behandeling bij Xj bestond uit:

2—3—4 cc yatreen 4 pCt., en op drie dagen met 2 dagen tusschenruimte 2 poeders van 250 m.Gr. yatreen pur.

X2 werd eerst een maand lang behandeld met geringe dosis jod. kalic., en toen de hoeveelheid sputum stationair bleef op 20 cc met 1—2—3 cc yatreen 4 pCt.

Bij beiden bleef de hoeveelheid sputum dezelfde als vóór de injecties.

X3 had bij binnenkomst 39.3°, welke temperatuur in 9 dagen lytisch daalde met aanmerkelijke verbetering van den algemeenen toestand. Een maand na opname werd bij normaal temperatuurverloop, waarbij nog 50 cc sputum per 24 uur werd opgegeven, begonnen met injecties van 4 pCt. yatreen en wel: 0,2—0,4—0,7—1—1|—2—2— 2J—3—4 cc in 5 weken tijds.

Na deze behandeling gaf patiënt nog 30 cc sputum per 24 uur op. Alle injecties geschiedden subcutaan.

6

Sluiten