Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootendeels zijn stinkend karakter, maar was nog steeds drielagig.

Gewichtsvermeerdering 7 K.G. in 3 maanden.

Er werd duidelijke verbetering bereikt, genezing allerminst, maar was ook onwaarschijnlijk te achten. De rol van de yatreen in deze verbetering is onzeker; misschien gunstig.

Patiënte R9, vrouw, 17 jaar.

Duur van het ziekte-proces: 4 weken voor opname.

Aard van het proces: poliserositis (pleuritis, pericarditis en peritonitis exsudativa) en daarbij rechts infraclaviculair infiltraat in de bovenkwab, in de onderkwab enkele verspreide haarden.

Verloop: na 6 maanden observatie wordt het eerste fluimpje opgegeven, waarin zeer veel tuberkelbacillen werden gevonden.

De urine bevatte een vermeerderd urobiline-gehalte, reductie was negatief, kookproef zwak pos. Microscopisch geen afv\.

Bloed bij binnenkomst: Hgl. (Sahli) 70, erythroc. 5.130.000, index 0.9, leucocyten: 10.700, waarvan:

^°ng~ staafk segmentk. lymphoc. eosinoph. monoc. staafk.

0 % 18 % 49 % 32 % 0 % 1 %

Verloop: Gedurende 3£ maand hooge temperatuur tot 39°. Daarna geleidelijke daling, totdat als hoogste 38°,5 genoteerd wordt. Pols bleef hierbij nog steeds zeer frequent tot 120. V anaf dien tijd komt patiënte in een stadium dat ruim een jaar duurt en waarbij iederen avond de temperatuur tot 38° oploopt en slechts een enkele keer enkele tienden daarboven. De pols is iets lager geworden, maar kwam na ruim een jaar verblijf in de kliniek, nog steeds tot 110. Het lichaamsgewicht bleef constant schommelen rond 56 K.G. In dit uiterst chronische proces werd na 7 maanden getracht verbetering té brengen met yatreen 4 %. In 2 maanden tijd worden subcu-

taan geïnjicieerd:

0,2—0,4—0,7—1—1—1|—2—2J—3 3£ 4 5 cc.

Haard noch algemeene reactie worden waargenomen. De hoeveelheid sputum, die het eerste half jaar nihil was, bedroeg 2 tot 3 fluimen in het begin van de kuur en was aan het eind er van even groot. Gewichtsvermeerdering nihil. Na elf maanden: sputum

7

Sluiten