Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en eene uitzetting van hetzelve veroorzakend ziekteproces te weeg gebragt worden ; zij zijn veel meer van eene afzetting van beenstof aan de buitenvlakte van liet been afhankelijk, en worden niet zoo zeer bij caries centralis waargenomen, als wel voornamelijk bij de oppervlakkige verwoesting der gewrichtsvlakten, welke het gevolg is van een' hoogeren graad van lijden van het synoviaal vlies. Deze toeneming in omvang betreft nimmer het door kraakbeen overtrokken gedeelte van een gewrichtsuiteinde, en dus niet het eigenlijk gewrichtshoofd, waar dit, zoo als aan den Opperarm en het dijebeen, gevormd wordt; veelmeer treft men het gewrichtshoofd en wel bij het heupgewricht tevens den hals des dijebeens gewoonlijk verkleind aan , het hoofd afgeplat, den hals verkort; die toename in omvang is dan ook, wanneer zij plaats heeft, een volstrekt secundair verschijnsel, van eene voortplanting van den geprikkelden toestand op het beenvlies afhankelijk, en staat in dezelfde verhouding tot de eigenlijke ziekte, als de infiltratie en spekachtige ontaarding van het celweefsel in den omtrek der gewrichtsbeürs. Ik heb herhaalde malen naar werkelijk uitgezette gewrichtsuiteinden gezocht en er zijn mij ook dijehoofden, waaraan zulk eene uitzetting zou zigtbaar zijn, zelfs door uitstekende ontleedkundigen getoond, doch steeds verhielt de zaak ziclb op de beschrevene wijze. Ik zelve bezit een werkelijk uitgezet onderst gewrichtsuiteinde van het kuitbeen eens 8 jarigen knaaps, wien ik wegens scrophuleuse caries van het voetgewricht het been amputeerde; aan het schouder-, elleboogs-, heup- en kniegewricht, heb ik nimmer eene ware uitzetting gezien en ofschoon ik de mogelijkheid van haar bestaan niet wil in twijfel trekken, zoo is zij toch in allen gevalle uiterst zeldzaam. Hier tegen zal men

Sluiten