Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen de lijder zich wat herhaald had, ging ik tot de verkleining der wond over; eene geheele sluiting derzelve was niet mogelijk. Ik vereenigde de beide overblijfselen der lippen dooi; een' omgewonden naad met elkander, om eerst weder een' mondhoek te vormen, daarna hechtte ik de wond van af de streek van den onderkaakshoek, waar de boogvor- * mige sneden zich vereenigden; voorts bragt ik van af het jukbeen de beide helften van den bovensten, sterk gewelfden boog gedeeltelijk tot elkander; eindelijk zette ik, van uit den nieuw gevormden mondhoek, de vereeniging zoo ver mogelijk voort,, en op deze wijze werd de wond tot op eene opening van de grootte eens kleinen guldens in het midden van het onderste gedeelte der wang gesloten; het overig gedeelte der kaak was geheel bedekt. De geëxstirpeerde ontaarding bestond in eene uit onderscheidene, met elkander vereenigde klompen gevormde vaste massa, die op de doorsnede een gelijkmatig graauwgeel, eenigzins glanzend aanzien had. Aan het uitgezaagde stuk kaak waren de tandkassen, bepaaldelijk aanharen voorsten wand, verwoest en ruw en het been deed zich door afzetting van^ beenmassa aan zijne voorvlakte ruw en opgezet voor° Korten tijd na de kunstbewerking was het beloop zeer gunstig; de wonden vereenigden zich, zoo ver zij gehecht waren, per primam intentionem en in het open gelaten gedeelte vormde zich eene goede etteringen granulatie, die eene allengsche verkleining daarvan ten gevolge had. Deze gunstige toestand duurde echter niet lang en reeds 7 weken na de kunstbewerking was eene instorting der ontaarding niet te miskennen. De rand der nog bestaande opening was aan het onderste gedeelte woekerend, vuil rood geworden; nu en dan ontstonden er steken in en er

Sluiten