Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertoonde zich op of tusschen hare vleeschheuveltjes eene eigendommelijke korrelige, witgrijze massa, even als fijn verdeelde overblijfselen van spijzen, die men gemakkelijk uit de diepte kon te voorschijn halen, die ook in de tandkassen van het geëxstirpeerde gedeelte der kaak bevat waren en als * nieuwe ziekelijke afzettingen moesten beschouwd worden. Daar deze veranderingen zich slechts in zeer beperkten omvang vertoonden, zoo verwoestte ik de bedoelde plaats door het gloeijend ijzer en zij had ook na afstooting der brandkorst een goed voorkomen. Zeer spoedig vertoonde zij echter weder die slechte gesteldheid, en nadat ik de cauterisatie meer dan een dozijn malen herhaald en daarmede de verder naar achteren en binnen zich uitbreidende ontaarding als het ware vervolgd had, bleek het, dat het achterste gedeelte der kaak er weder deel aan nam, doordien de zwerende oppervlakte met de opgesomde kenteekenen hetzelve onmiddelijk .naderde en het been door de sonde ontbloot en ruw werd aangetroffen. De ontaarding scheen intussclien slechts beperkt te zijn, secundaire zwelling van klieren was nergens te bespeuren, de algemeene toestand volkomen goed, en ik ondernam daarom den 1 April 1844 nogmaals de

EESBCTIO MANDIBULAE.

Met 2 boogvormige, boven en onder tot elkander komende insnijdingen ging ik om de in de wang bestaande zweer heen, verlengde de insnijding tot aan den rand der onderkaak, maakte onmiddelijk voor den arm van het kaakbeen eene, eveneens tot aan den rand van het been naar omlaag gaande, insnijding der zachte deelen en vereenigde beide sneden door eene horizontale langs den rand der onder-

Sluiten