Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking voorviel, werd de dood veroorzaakt door eenen toestand , die door mij , wegens gemis aan daartoe betrekkelijke litteratuur, niet nader kan bepaald worden.

Boven is de vraag aangeroerd , of bij carcinoma der weeke deelen de omstandigheden niet zouden zijn op te sporen , waardoor de voorzegging van eene noodzakelijk wordende kraakresectie meer of minder gunstig gemaakt werd. Ik laat hier twee daartoe betrekkelijke opmerkingen volgen, waarvan de eene meer op het gevaar der kunstbewerking, de andere op het gevaar der wederinstorting betrekking heeft.

Tot de kraakresectiën heeft niet zelden een kankerachtig gezwel aanleiding gegeven, dat in den omtrek der onderkaaksklier met een' knobbel ontstaat, zich allengs vergroot, naar de buiten- en binnenzijde der kaak, naar de laatste nu meer dan minder uitbreidt en met het been in eenen innigen zamenhang treedt. Wanneer dit gezwel de aan den waren scirrhus (carcinoma simplex) eigendommelijke belangrijke hardheid heeft, meent men ligtelijk met eene opzwelling van het been zelf te doen te hebben. Somwijlen, en wel dan, wanneer de ziekelijke massa meer van steatomateusen aard is (carcinoma reticulare), is het gezwel van den beginne aan wel niet zoo steenhard, maar, zoodra het eene zekere grootte bereikt heeft, hangt het gewoonlijk zoo innig met het been zamen, dat het toch ook hier na een bloot onderzoek moeijelijk is, te bepalen , of men met eene ontaarding des beens of der zachte deelen te doen heeft, en men vindt ook bij het ontleedkundig onderzoek, dat het beenvlies der kaak in de ontaarding betrokken en met deze versmolten , het been zelf wel niet ontaard , maar toch door interstitiele opslurping meer of minder verdund is. Onder pijnen verweekt het gezwel, breekt door en gaat in eene

Sluiten