Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewegingen, hij had zijn' ronden Vorm verloren, de geheele arm was vermagerd en kon door den lijder zeiven niet bewogen worden. De lijder was mager, zwak en zag er lijdend uit; zijne inwendige organen echter en bepaaldelijk zijne longen waren gezond. Den 12en Julij 1844 deed ik de kunstbewerking op die wijze, dat ik uit de zachte deelen aan de buitenzijde des schouders een vierhoekigen lap, die boven in zamenhang bleef, vormde, waarbij de voorste langwerpige snede in de fistel werd gevoerd. Het opperarmbeenshoofd was aan de geheele gewrichtsvlakte oppervlakkig ruw en aan het bovenste gedeelte van den hals op één punt eenigzins dieper ontaard; het werd door middel van eene phalangenzaag vlak onder de knobbels afgezaagd ; de gewrichtsvlakte van het schouderblad was slechts op eene kleine plaats ruw en deze werd met een gloeijend ijzer aangeraakt; eindelijk werd het ontaarde synoviaalvlies zoo ver mogelijk weggenomen. De kunstbewerking was zonder bijzondere toevallen en spoedig ten einde gebragt; de spierlap werd weder gehecht en slechts het onderste gedeelte der achterste snede door een tot in de diepte der wond gebragt linnenlapje open gehouden; in de okselholte werd een wigvormig kussen gelegd en de een weinig opgeligte arm daaraan en aan de borstkas door een matig vast aangelegd windsel bevestigd.

Ongunstige plaatselijke of algemeene toevallen hadden na de kunstbewerking niet plaats, de wonden genazen door snelle vereeniging overal met uitzondering van den den onder-achterhoek, alwaar zulks was tegengegaan, en de vroegere fistelopening aan dé voorzijde, welke beide plaatsen echter allengs eveneens geheel genazen, zoodat de lijder , toen hij den llden September, dus 2 maanden nadat

Sluiten