Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hevigst bij het werken, terwijl zij in de rust schier geheel verdween. Te gelijk met huur ontstond er eene zwelling aan het genoemde gedeelte der ellepijp, die bij drukking gevoelig was, doch niet met roodheid der huid of eenige andere verandering der bedekkende zachte deelen gepaard ging. Bij bewegingen van het elleboogsgewricht bespeurde men een kraken. Een geneesheer, tot wien de vrouw zich wendde, behandelde het geval als eene fractura ulnae en hij had in zoo verre geen ongelijk, als bij een meer naauwkeurig onderzoek werkelijk, in het midden der aan de ulna zich bevindende zwelling, eene scheiding van den zamenhang bleek te bestaan , voor welker ontstaan de lijderes intusschen niet in staat was, eene voldoende oorzaak op te geven. Zij vermoedde, dat ze op die plaats eene drukking had ondergaan, doch zij kon zulks niet met zekerheid zeggen, nog veel minder zou daarin eene toereikende oorzaak tot het te weeg brengen eener beenbreuk gelegen zijn. Het vermelde kraken was niet in het gezwel, maar duidelijk in de articulatio brachio-radialis bij beweningen van hetzelve voorhanden en ook daarin gevoelde

o ö

de vrouw ook nog thans hoofdzakelijk de pijn, die nu, althans gedeeltelijk, daardoor kon te weeg gebragt worden , dat dit gewricht bij het gebruik van den arm geen' genoegzamen steun meer had aan de in haren zamenhang gescheidde ulna. De beenzwelling was aan de spaakbeenszijde vrij scherp begrensd en eenigzins bultig; in den verderen omtrek ging zij allengs in het gezonde been over en was glad; zij stak ongeveer 1 duim boven de achtervlakte des beens uit, strekte zich uit ter lengte van 2 duimen en liet de bovenste 2 tl 3 duimen der ulna vrij. J. Mueli.er had toen zijne waarnemingen over het osteoide

Sluiten